Innoveren op hoog niveau

BLOG
Projectmanagement
Innovatie
Martijn van der Veer
Projectleider bij Civiele Technieken deBoer
20 april 2021

Martijn van der Veer is projectleider bij Civiele Technieken deBoer uit Nieuwegein. Het bedrijf zet op dit moment een van zijn innovaties in bij de bouw van de reusachtige Zalmhaventoren in Rotterdam: een ‘klimmende fabriek’. Martijn vertelt hoe innovaties als deze de wereld van bouw en civiel vooruit kunnen helpen.

In hartje Rotterdam, niet ver van de Maas, verrijst momenteel een zeer in het oog springend gebouw: de Zalmhaventoren. De 215 meter hoge, 52 verdiepingen tellende wolkenkrabber zal bij oplevering – gepland midden 2022 –  de hoogste van de Benelux zijn. En er is nog iets opvallends: om de bovenkant van de wolkenkrabber in aanbouw bevindt zich een ‘grote witte doos’ met de logo’s van de betrokken bedrijven. Die witte doos is in werkelijkheid een stalen constructie van 900 ton die de bouw van de torenflat vergemakkelijkt, een innovatie uit de koker van Civiele Technieken deBoer uit Nieuwegein.

‘Climbing Factory’

Martijn van der Veer, projectleider bij CT deBoer, legt graag uit hoe deze inventieve oplossing werkt: “Je kunt het zien als een stalen fabriekshal of loods rondom de op dat moment hoogste verdieping. De loods sluit strak aan op het gebouw en rust op vier lange stalen poten, eentje op elk van de vier hoeken. We noemen het ook wel een ‘climbing factory’. Binnenin kunnen de installateurs, betonstorters en timmermannen beschut hun werk doen. Zodra een verdieping klaar is, vijzelen we de loods omhoog naar de volgende verdieping. Deze procedure herhalen we elke week, net zolang tot de 52e verdieping bereikt is. We zijn nu bij de 49e verdieping.”

Voordelen

De hijsloods biedt grote voordelen bij gebouwen boven de honderd meter, stelt Martijn. Een belangrijk pluspunt: de bouwvakkers kunnen onder vrijwel alle weersomstandigheden doorwerken. “Alleen bij heel harde wind ligt het werk stil.” Bovendien zijn er geen torenkranen met grote veiligheidszones nodig; twee hijsinstallaties aan de zijkant van de loods zorgen voor just-in-time aanvoer van bouwmaterialen. “De bouwplaats kan dus klein blijven. Dat is in de stad erg handig. Ook is er qua geluid en vervoersbewegingen minder overlast voor de omgeving.”

Afstemming 

Deze werkwijze vereist uiteraard een strakke afstemming tussen de verschillende onderaannemers en leveranciers. Alle werkzaamheden op een verdieping moeten tussen maandagochtend en vrijdagmiddag plaatsvinden. Martijn: “Die onderlinge afstemming is in het begin even wennen, iedereen moet zich erop instellen. Maar daarna helpt het juist om efficiënt te werken. Elke vrijdag om vijf uur is het gebouw helemaal leeg. CT deBoer is dan met zes tot acht mensen aanwezig bij het opvijzelen van de constructie. Elke keer weer een bijzonder moment.” 

In- en uitschuifbaar dak

De Zalmhaventoren is het derde bouwproject met een hijsloods in Nederland, alle drie in Rotterdam. Martijn: “Het eerste, in 1991, was de Delftse Poort, in de volksmond meestal het Nationale Nederlanden-gebouw genoemd. Die hijsloods was van een ander bedrijf. Daarbij bleek het demonteren een uitdaging. In 2007 werkten wij met BAM aan nummer twee: het nieuwe Erasmus Medisch Centrum. Daarbij hebben we de hijsloods op hoogte met behulp van grote kraan in delen naar beneden gehesen.” 

Voor de Zalmhaventoren zocht aannemer BAM opnieuw contact met CT deBoer. “Dat gaf ons de kans om verbeteringen te bedenken. Een hele belangrijke: een in- en uitschuifbaar dak, vergelijkbaar met de Amsterdam Arena, zodat we de loods vanaf de hoogste verdieping weer geleidelijk langs de gevel naar beneden kunnen laten zakken. Tijdens die afdaling kan de aannemer de gevel afwerken. Ook hebben we de loods nu zo gemaakt dat hij nog beter aansluit op het gebouw. Daardoor kan hij ook om balkons en andere uitstekende elementen heen. En we besloten het frame modulair op te bouwen, zodat we het in de toekomst kunnen hergebruiken om gebouwen met verschillende afmetingen te maken. Want we merken dat de vraag naar deze oplossing wereldwijd toeneemt.”

Specialist in verplaatsingstechniek

CT deBoer, opgericht in 1960, is specialist op het gebied van vijzel- en verplaatsingstechniek met opdrachten in Nederland maar ook in België, Luxemburg, Frankrijk en andere omringende landen. Samen met dochterbedrijf Rijnstaal staalconstructies telt het bedrijf zo’n zestig mensen. Martijn: “We zijn een vrij klein bedrijf met een duidelijke focus en korte lijnen. Onze specialismes zijn verplaatsings- en ondersteuningstechnieken, zoals tunnels inschuiven en brugdekken optillen. Maar we fungeren ook als hoofdaannemer van multidisciplinaire projecten voor onder meer Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten. Bijvoorbeeld bij het groot onderhoud aan de stalen boogbruggen over de IJssel bij Doesburg en Zutphen. Onze grootste kracht zit in maatwerkopdrachten met ontwerp, fabricage, montage en bediening, zoals voor de Zalmhaventoren.”

Aan de voorkant betrekken

CT deBoer wordt het liefst aan de voorkant betrokken bij projecten. Martijn: “Dan hebben we de grootste meerwaarde. Bijvoorbeeld bij de renovatie van de spuisluizen in de Afsluitdijk bij Kornwerderzand en bij Den Oever die nu gaat plaatsvinden. Om groot onderhoud te kunnen doen, moeten de sluiskolken tussen de Waddenzee en het IJsselmeer een tijdlang helemaal droog worden gezet. Wij hebben als oplossing schotten bedacht die voldoende waterdruk kunnen weerstaan en zich ook gemakkelijk laten monteren en verwijderen. Ter plekke testen we ook diverse soorten rubber om te zien welk rubber de randen van de schotten het beste afsluit. Dat meedenken en praktisch uittesten doen we heel graag.”

Voelen hoe zwaar het is

Als middelbare scholier koos Martijn ervoor om vanuit 3-havo naar de MTS te gaan, en daarna naar de HTS. “Bij mij moet er altijd een combinatie van theorie en praktijk zijn. Kennis van civiele techniek, maar ook muurtjes metselen. En dat vind ik bij CT deBoer. We bedenken niet alleen, we maken het ook, zetten het in elkaar, bedienen het en halen het uit elkaar. En bij het demonteren na een project zijn we vaak met een grote groep aanwezig, van directie en projectleiders tot operators en monteurs. Om te kijken of we daarbij nog dingen tegenkomen die beter kunnen. En ja, ook om weer even het gevoel te krijgen hoe zwaar het spul is. Dat niveau is ook belangrijk.”