De Omgevingswet moet lukken

BLOG
Beleid & advies
Wim Tijssen
Adviseur bij Gemeente Tilburg
22 september 2021

Gemeentes moeten de Omgevingswet aangrijpen om een nieuwe bestuurscultuur te ontwikkelen, vindt adviseur Wim Tijssen van de gemeente Tilburg. “Speel het spel met open kaart en zorg dat  dit proces in eerste instantie uit de greep van juristen blijft. Zo kun je de wens om de relatie tussen burgers en overheid te verbeteren waarmaken.”

Wim Tijssen maakt zich zorgen. Voor de ervaren adviseur bij de gemeente Tilburg, tevens mede-oprichter van de Academie voor Openbaar Bestuur (AvOB), komen die zorgen niet specifiek voort uit zijn vakgebied. Hij kijkt met een brede blik naar wat er in de samenleving gaande is. “De democratie staat onder druk door opkomst van het populisme, kijk naar Trump, Bolsonaro en Urban,” zegt hij. “En de Omgevingswet is een kans om burger en overheid juist dichter bij elkaar te brengen.”

De gemeenteambtenaar verwijst daarbij onder meer naar de toeslagenaffaire en daaropvolgende discussie over een gewenste nieuwe bestuurscultuur. Maar ook zijn eigen politieke achtergrond speelt een rol. “Vanaf de middelbare school in Roermond ben ik al betrokken bij de politiek. Eerst bij de PPR, nu GroenLinks. Maar mijn pleidooi voor een cultuuromslag komt ook voort uit mijn werkervaring. Als we in de ruimtelijke ordening op de oude voet doorgaan, zie ik ons richting de afgrond gaan. De Omgevingswet is dan ook geen transponeringstabel maar een veranderopgave, zoals minister Melanie Schultz bij de start van de Omgevingswet al betoogde.”

Dienaar

In Wims ogen moet de ambtenaar weer echt ‘civil servant’ worden, letterlijk dienaar van de burgers, en datzelfde zou moeten gelden voor het bestuurlijk niveau. “De houding moet zijn: ‘Kunnen we nog iets voor u betekenen?’” De Omgevingswet, die in 2022 in werking treedt, biedt daar een uitgelezen kans voor. In de wet worden 26 bestaande wetten op het gebied van de fysieke omgeving bij elkaar gevoegd - van ruimtelijke ordening en natuur tot geluidshinder en milieu. Wim: “Het is een grote vereenvoudiging, we gaan van ruim 5600 wetsartikelen naar zo’n 500. De wet is een uitwerking van de Troonrede van 2014 waarin Willem Alexander voor het eerst het begrip participatiesamenleving gebruikte en geeft ruimte aan maatschappelijke betrokkenheid. Ik juich dat toe.”

Volgorde

Betekent dat dan dat alles vanzelf goed gaat als de Omgevingswet eenmaal van kracht is? Nou nee, aldus de Tilburgse adviseur: veel hangt af van hoe de overheid het proces inricht. “Het is allereerst belangrijk de dingen in de goede volgorde te doen. Nu hanteert de overheid de volgorde ‘inhoud – procedure – relatie’. De burger komt aan het eind, als een ‘derde belanghebbende’ zoals hij of zij in de oude Wet ruimtelijke ordening nog heet. Terwijl hij in feite de eerst belanghebbende is. Zo is het faillissement al ingebakken. Je moet het proces omdraaien: eerst relatie, dan procedure en dan pas inhoud.”

Initiatieven van onderop

Deze ideeën impliceren dat gemeentes vanaf het begin met burgers in gesprek moeten gaan, zowel bij ontwikkelingen van bovenaf, zoals de energietransitie, als bij initiatieven van onderop, afkomstig van energiecoöperaties, bewonersgroepen, Herenboeren en andere lokale bewegingen. En dat ze weerstand van burgers moeten gebruiken, zoals ook de Tilburgse onderzoeker Eva Wolf bepleit in haar boek De Waarde van Weerstand (2017). In de ogen van Eva en ook van Wim zijn dit juist betrokken burgers. Wim: “Nu zien gemeentes dit soort clubs vaak als een bedreiging, terwijl ze het zelforganiserend vermogen van de samenleving juist zouden moeten promoten omdat daarmee de plannen van de overheden worden verrijkt.”

Juristen naar de achterkant

Verder moeten processen in de ruimtelijke ontwikkeling volgens Wim “in eerste aanleg uit de greep van de juristen blijven.” Hun rol moet van de voorkant naar de achterkant. “In het project Bindend Besturen Brabant is dit mooi verwoord aan de hand van de ‘tegenstelling’ juridiseren versus participeren’. Ik geef daarbij de voorkeur aan primair participeren, met juridiseren als achtervang, voor zover dat dan nog noodzakelijk zou zijn.” Ook moet de gemeente helder en transparant zijn over haar eigen rol, bijvoorbeeld door uit te leggen dat het aan de overheid is om uiteindelijk knopen door te hakken over de “duizend-en-een strijdige belangen” die bij ruimtelijke ontwikkelingen spelen.

Voorbeelden

Hoopgevende voorbeelden vindt de adviseur onder meer in Breda en Tilburg. “Haveneiland Noord in Breda toont de meest extreme vorm. Er golden maar twee regels: dat het veilig is en dat overleg met de omgeving heeft plaatsgevonden. En in Tilburg is ervaring opgedaan met de pilot Noordhoek waarbij het planproces is georganiseerd vanuit de relatie zoals Eva Wolf het beoogt. Dit was een kostbaar, tijdrovend proces, maar als je dit efficiënter inricht is het bruikbaar voor de toekomst onder de Omgevingswet.”

Reacties

Als docent en als schrijver van enkele boeken over dit onderwerp brengt Wim zijn ideeën al enige tijd onder de aandacht. Intern bij de gemeente Tilburg wordt er wisselend op gereageerd. “Jongere collega’s zijn in veel gevallen positiever dan oudere,” vertelt hij. “Juristen en handhavers zijn er niet zo blij mee, beleidsmedewerkers vaak weer wel.  Ook is er een informeel groepje geestverwanten buiten de organisatie, zoals adviseur Gerd de Kruif en collega-docenten bij Hogeschool Avans+ en bijvoorbeeld medewerkers bij het NEN-instituut.” 

Omslag waarmaken

Het feit dat hij ambtenaar is, weerhoudt Wim er in elk geval niet van om zijn mening uit te dragen. “Ik vind dat ik dit kan en moet zeggen. Ik realiseer me ook dat de Omgevingswet geen panacee is, hij lost niet alle maatschappelijke problemen op. Maar de fysieke omgeving staat dicht bij de burger. Als gemeentes ervoor zorgen dat we daar écht gezamenlijk verantwoordelijkheid voor nemen, burgers en overheid, dan kunnen we de gewenste omslag in de bestuurscultuur waarmaken. Daarom zeg ik: de Omgevingswet moet lukken.”