Spierballen falen niet

    Ronnie Lauxen
    Advisor BIM @ Sweco / BIM Basics Trainer / International speaker

    Mannen en vrouwen met spierballen houden innovatie tegen uit angst om te falen en door een gebrek aan nieuwsgierigheid. Dat is de cultuur van de bouwwereld, volgens Ronnie Lauxen. We spelen het spel volgens de spelregels die jaren geleden bedacht zijn, waarin iedereen roept een winnaar te zijn, maar die eigenlijk alleen maar verliezers kent.

     

    Ronnie, afgestudeerd ingenieur, planoloog en BIM-specialist, is in ’98 aangehaakt in de wereld van bouwend Nederland. Een tijd die hij beeldend omschrijft als een tijd met archiefkasten vol ordners. “Alles moest op papier terug te vinden zijn, dat deden we al 60 tot 80 jaar.” Het probleem is gebleven, we willen graag alles terugvinden, maar de kasten vol ordners zijn slechts verhuisd naar een ingenieuze online-mappenstructuur.

    Digital twin

    Als Ronnie een sprong in de toekomst mag maken, dan is voor hem de vraag: hoe slaan we onze spullen zo op dat we loskomen van onze huidige, starre manier van informatie uitwisselen? En volgens hem hebben we nog zeker 26 stappen te maken voordat we hier zijn, maar de recente afspraken over standaard informatieleveringspecificaties zijn al een eerste stap.

    Hij vindt dat de gemeente Rotterdam goed bezig is met haar digital twin en voorspelt dat binnen tien tot dertig jaar iedereen zo gaat werken. Ronnie: “Een grote berg aan data waar we met z’n allen aan sleutelen. De digital twin van Nederland met allerlei meta-informatie die aan assets gekoppeld is, waarbij je alleen kan zien wat op jouw niveau is vrijgegeven.”


    Knettergek

    Eerst nog even 26 stappen terug naar onze online archiefkast, want voordat we toe zijn aan een digital twin, moeten we anders naar de werkelijkheid leren kijken. “We bekijken alles vanuit ons eigen perspectief”, zegt Ronnie. En dan volgt een verhaal over kijkhorizon - daar waar de grens ligt van wat je nog net begrijpt van andermans situatie - en fenomenologie, hoe de wereld bij je binnenkomt. Iedereen ziet een andere realiteit om zich heen, dus je ziet per definitie een andere waarheid.
    Wil je ontdekken wat de waarheid van de ander is, dan moet je elkaar dus vragen stellen. Anders loop je volgens hem het gevaar dat je keihard zit te bimmen, maar niet op dezelfde golflengte werkt. Ronnie: “Kinderen maken je knettergek met al die vragen, maar daarom leren ze wel veel sneller dan volwassenen. Wij zouden elkaar ook knettergek moeten maken met vragen.”


    Vragen

    Zelf zit hij vol vragen en pretendeert niet alle antwoorden te hebben. Als een ware Socrates filosofeert Ronnie door. “Hoe meer ik lees, hoe minder ik ervan begrijp.” Wel wil hij anderen graag helpen met het stellen van de juiste vragen, want zodra ze allemaal zijn beantwoord, wordt het een soort van invuloefening, volgens hem.

    Door a) bewustwording en b) begrip voor elkaars filosofie, kom je verder. “Stap over je eigen vooroordelen heen”, moedigt Ronnie aan, “want het komt meestal door je verleden dat je niet het achterste van je tong durft te laten zien.” En daarmee stuurt hij ons niet en masse door naar de psychiater, maar hij wil duidelijk maken dat het vaak angst is die ons in de weg staat om het juiste gesprek te voeren.

    Spierballen

    Ronnie: “Het is een stoere branche, met een allergie voor kwetsbaarheid. Wij laten zien ‘wij kunnen alles’ maar denken vaak: wanneer val ik door de mand?” Volgens hem leven we in een bubbel, waarin we alles nog graag op een archaïsche, ouderwetse manier doen. Een soort van openluchtmuseum voor het ingenieurswezen.

    En natuurlijk werken we allemaal bij de kampioen. “Maar de concurrent kan ook heel goed zijn. En opdrachtgevers, daar wordt wel eens lacherig over gedaan, kunnen ook heel goed zijn. Dat is iets dat door de hele branche heen zit, of het nu bouw, civiel, installatietechniek of weg- en waterbouw is.” Volgens Ronnie moeten we loskomen van de gedachte: ik werk bij de winnaar, want daardoor zeg je dat de rest van de branche bestaat uit verliezers. En daarmee doe je geen recht aan andermans prestaties.

    Mannenbolwerk

    De cultuur zoals die omschreven wordt door Lauxen is een Angelsaksisch top-downsysteem. Heel erg gebaseerd op de man die jou wel even uit gaat leggen hoe jij de dingen moet gaan doen. Die stoere mannencultuur is verdisconteerd in hoe wij de bedrijven hebben ingericht. Afdelingen die elkaars werk proberen af te pakken, de haantjescultuur, tegen elkaar opbieden. Geen vrouwengedragingen in ieder geval, want de vrouwen die er zitten, spelen het spel volgens de spelregels die de mannen ooit hebben opgesteld.

    Maar juist deze spelregels houden innovaties tegen. Ronnie: “Innovatie in de branche gaat langzaam, heel erg langzaam. Als je van maand tot maand kijkt, zie je eigenlijk niets veranderen. Er heerst een taboe op falen, alles moet in één keer goed. Reviews belanden onder in de la. Net zoals Facebook vooral vakantiefoto’s laat zien, waardoor het lijkt alsof al je vrienden het leuker hebben, zo toont de bouwwereld alleen de mooiweerverhalen op Linkedin. En we doen er allemaal aan mee.”


    Faalangst

    Ronnie wil een lans breken voor falen. “Van falen leer je heel erg veel en doordat we dat met z´n allen zo hebben buitengesloten, zit innovatie in het slop. We innoveren alleen als het echt niet anders kan. Totdat opdrachtgevers het je opleggen, want dan is er ineens een nieuwe spelregel.” Spelregels worden op dit moment gemaakt door de opdrachtgever, vakbonden, directie en de politiek. Maar volgens Ronnie is ook dit proces reactief en wat willekeurig. “Om als branche te veranderen, moeten we samen de discussie aangaan over hoe spelregels in samenhang te veranderen”, zegt Ronnie.


    Reactief

    “Ik was een paar jaar geleden op een seminar en daar zaten we met z´n allen in de zaal en het ging over kostenreductie bij de ontwikkeling van tooling. Hoe kan dat nou goedkoper? En toen stak ik mijn vinger op en zei: ‘Maar wat nou als we die tools gewoon bij elkaar in licentie gaan afnemen? Hoeft iedereen maar één tool te ontwikkelen, hebben we aan het einde van het jaar al onze tools ontwikkeld.’ Toen werd ik door de hele zaal uitgelachen, want het is natuurlijk niet de bedoeling, dat je dat wat je ontwikkeld hebt, aan de ander geeft, ook al is dat in licentie. Dat wil je voor jezelf houden.” Hoe kan ieder voor zich efficiënter werken, vraagt Ronnie zich af. Volgens hem is delen goedkoper en sneller. Uiteindelijk heeft iedereen dezelfde tools nodig.

    En daarmee schetst Ronnie eigenlijk een somber plaatje: je deelt alleen als het echt niet anders kan, je innoveert alleen als het echt niet anders kan.
    In plaats van reactief problemen oplossen, moet de bouwwereld de regie pakken. Ronnie: “Op het vooral technische hbo moet er aandacht geschonken worden aan verandermanagement, aan gedragsveranderingen.” Volgens hem zou alleen het financiële voordeel al voldoende moeten zijn om los te komen van de collectieve onzekerheid en om dan de samenwerking op te zoeken.

     

    Durf mens te zijn

    “We wachten allemaal totdat iemand anders het regelt. We luisteren met onze armen over elkaar naar anderen, we komen ophalen, consumeren. Zelf delen doen we weinig.” De oplossing is jezelf kwetsbaar opstellen, volgens Ronnie. “Durf mens te zijn.”


    Nog geen lid van Urban-Innovators?
    Meld je aan en blijf op de hoogte van verhalen en nieuws dat jouw interesse heeft.

    Aanmelden

     

    Lees verder

    Bloggers uitgelicht

    Kirsten Bekkers
    Kirsten Bekkers
    Ruimtelijk onderzoeker conceptontwikkeling
    Jan Nathan Rozendaal
    Jan Nathan Rozendaal
    Burgemeester gemeente Elburg
    Astrid Nienhuis
    Astrid Nienhuis
    Burgemeester gemeente Heemstede
    Andy van den Dobbelsteen
    Andy van den Dobbelsteen
    Hoogleraar Climate Design & Sustainability, fac. Bouwkunde TU Delft