We moeten hardlopen voor een beter klimaat

BLOG
Duurzaamheid
Birgit Cannegieter
Procesmanager & Adviseur at APPM Management Consultants
20 september 2021

Als we het klimaat willen redden, moeten we gewoon wat harder lopen. Letterlijk. Wat hardlopen en het klimaat met elkaar te maken hebben? Veel. Nu ons klimaat niet langer een globaal, maar een lokaal probleem is, is het voor iedereen tijd om in beweging te komen. Bij voorkeur met fiets of benenwagen. Birgit Cannegieter vertelt over haar eigen(wijze) kijk op opgaven.

Ze heeft een elektrische fiets aangeschaft voor buiten de stad – niet omdat ze lui is, maar omdat ze met twee kindjes op een fiets met batterij nou eenmaal gemakkelijker langere afstanden aflegt – en in Utrecht gebruikt ze een stadsfiets. “Zodra de stadsfiets op is, kies ik voor een deelfiets.” Deze planoloog heeft een bijzondere aanloop gehad naar vandaag. Tijdens haar studie toegepaste communicatiewetenschap gaf ze rondleidingen in de wijk Roombeek in Enschede om de wederopbouw na de vuurwerkramp te tonen. “Ik kwam in contact met stedenbouwkundigen, architecten, aannemers.” Interessante mensen waardoor ze switchte van studie. En daar is ze nog steeds blij mee. Inmiddels werkt ze alweer 11 jaar als adviseur bij APPM waar ze zich bezighoudt met de raakvlakken ruimte en mobiliteit. 

Fietsinclusief

“Ik ging me bezighouden met stad en mens. En dan is die fiets heel belangrijk. Als je kijkt naar hoe we steden verdichten, de luchtkwaliteit, duurzaamheid, naar alle klimaatopgaven en de gezondheid van mensen, dan is de fiets het antwoord.” Door een fietsklus in Finland kwam ze erachter dat fietsen iets heel vanzelfsprekends is voor Nederlanders en tóch is het een ondergeschoven kindje. “Juist omdat fietsen in Nederland veilig kan en we zoveel goede infrastructuur hebben, is er te weinig aandacht voor.” Samen met Tour de Force zet ze in op samenwerking en innovatie rondom fietsen. Ook wordt er hard gewerkt aan een Nationaal Toekomstbeeld Fiets. De conclusie is eigenlijk heel simpel: er is meer geld nodig voor Nederland fietsland. “De budgetten die beschikbaar zijn, als je die vergelijkt met het ov, of met het spoor of weginfrastructuur, dan is het peanuts wat we aan fietsinfrastructuur uitgeven. Terwijl we juist om andere doelen te halen de fiets moeten omarmen.” De fiets moet dus prominenter in ons straatbeeld. En dat noemt Birgit met een mooi woord fietsinclusieve mobiliteit. 

Zo moet ook de speed pedelec een goed plekje krijgen in ons fietslandschap – de speed pedelec wordt als mobiliteitsoplossing gezien door wegbeheerders, omdat fietsers hiermee grote afstanden afleggen. Maar in het donker voelt de speed pedelec’er zich niet veilig tussen auto’s en vrachtwagens. En samen met stadsfietsfietsers op het fietspad moeten speed pedelec’ers zich wel heel erg inhouden. De plek op de weg voor de speed pedelec is nou zo’n mooi vraagstuk waar Birgit zich mee bezighoudt. 

Hoogwaardige fietsroute

Het woord snelfietsroute valt. Voor iedereen die zich nu afvraagt welke fietsen welkom zijn op de snelfietspaden, Birgit heeft het antwoord. Om te beginnen noemen we ze vanaf heden geen snelfietspaden meer, maar hoogwaardige fietsroutes. Ooit werden de fietssnelwegen aangelegd langs snelwegen, het idee was dat de automobilist verleid zou worden om de fiets te pakken. Dat werden vervolgens de snelfietsroutes, fietsers krijgen voorrang op auto’s en de brede routes fietsen uiterst comfortabel. Dat maakt ze hoogwaardig! Hoogwaardige routes zijn routes die vaak kernen ontsluiten en de verbinding maken naar een grote stad. 

“Dan praten we wel echt over het topsegment”, vertelt Birgit. De crème de la crème onder de fietspaden, naast provinciale en recreatieve fietsroutes. Dit kan door quick fixes: bestaande routes een upgrade geven of door het aanleggen van nieuwe verbindingen. Inmiddels worden de routes ingewikkelder. “Er komen meer routes met moeilijkheden, routes waarbij je een kanaal moet overbruggen, bijvoorbeeld. En dan niet kijken naar bestaande bruggen, want dat betekent vaak omfietsen. Of een snelweg of spoor dat ondertunneld moet worden.” En voor deze uitdagingen is er natuurlijk extra geld nodig, meer dan de zojuist genoemde peanuts.

Fietsinfrastructuren

Samen met de BUAS: “Zeg maar, Hogeschool Breda,” ontwikkelt ze een tool om ontwikkellocaties en fietsinfrastructuur samen te brengen. De hogeschool is heel erg data-gedreven en Birgit stelt de beleidsvragen. Iets met kip en ei. Óf de wijk wordt aangelegd naast een goed functionerend fietsnetwerk, óf er wordt geïnvesteerd in een fietsnetwerk naast de wijk die wordt aangelegd. “Er zijn overal ontwikkelingen, maar nu nog vaak gescheiden van fiets en fietsinfrastructuur. We moeten veel meer nadenken over alternatieven en ons ook realiseren dat we de omgeving dan anders moeten inrichten.” Eén ding is zeker: er zijn aanpassingen nodig in onze fietsinfrastructuur. “Kijk naar Arnhem en Nijmegen, met de snelfietsroute, in een zucht ben je er.” Ligt zo’n fietspad er, dan kies je er ook sneller voor. 

Ook financieel heeft dit voordelen. “We denken in parkeerplaatsen, maar we moeten denken in hoogwaardige fietsverbindingen en deelmobiliteit.” Birgit doet niet aan autopesten. Auto’s hoeven echt niet uit ons straatbeeld te verdwijnen. Maar ze gelooft wel dat er andere keuzes gemaakt kunnen worden. “Ik heb meegeschreven aan het winnende voorstel voor Hart van de Waalsprong, aan ontwikkelaarszijde. Daar gingen we een aantal woningen ontwikkelen, ook centrumgebied. We hebben direct gezegd: het adagium wordt fiets vóór, auto achter, dus je hebt altijd eerder een fiets te pakken dan een auto. En dat trekken we door voor bewoners, makkelijk bij de voordeur en goed geregeld voor wat duurdere fietsen, maar dat trekken we ook door in de structuur van de wijk. Dus, je komt met de fiets letterlijk tot de voordeur van de supermarkt – ik probeerde nog of ze met de bakfiets de supermarkt in konden, maar dat vond men te ver gaan. Je bent zo gewend om grote boodschappen met je auto te doen. En dit moest in al het denken doorgevoerd worden, want waar parkeer je je fiets met boodschappen? Die moet je tot aan je voordeur kunnen fietsen, ook als je in een appartement woont.” Bewoners krijgen voor de eerste twee jaar na aankoop of huur van de woning een basisabonnement voor deelauto’s en deelbakfietsen. Om direct maar even een drempel weg te nemen. 

Trage bus

Als het gaat om mobiliteit, prikkelt Birgit graag anders denken, alleen zo kom je ergens. Maar in het geval van de bussen van Utrecht ben je wel een stuk trager wanneer zij zich ermee bemoeit. “1300 bussen rijden iedere dag voorbij de Bijenkorf, langs de schouwburg ... De concessiehouder en -verlener zijn bezig met secondenoptimalisatie en ik kom binnen en wil de snelheid terugbrengen naar 15 km per uur. Want dat matcht met voetgangers …” Al die mobiele vraagstukken, Birgit vliegt ze graag anders aan. Tijdens het meewerken aan de omgevingsvisie voor de binnenstad van de gemeente Utrecht was haar doel niet het verdelen van de mobiliteitsruimte, klimaatadaptatie of economische vooruitgang, maar ruimtelijke kwaliteit. En soms vraagt dat iets anders dan meer en sneller. 

Hardlopen 

Maar naast overheden prikkelen en lekker fietsen, is hardlopen ook iets wat ze graag doet. Hardlopen is gezond, maar kan nog veel gezonder, vindt ze. Terwijl ze door Utrecht rent, valt het haar op dat ze al snel kiest voor water en groen, routes zonder barrières, zonder hordes mensen. Eigenlijk gebieden, dacht ze, die we willen creëren als we praten over de klimaatopgaven. 

“Projecten voor klimaatadaptatie in stedelijk gebied worden vaak rondom parken en groene structuren bedacht, maar waarom niet dichter bij huis, waarom niet vanuit je huis? Een bewoner wil dit aan de voordeur!” Birgit wil aantrekkelijke groene routes die uitnodigen tot bewegen. Waarbij je ook lekker kunt doorlopen, want biodiversiteit schijnt het beter te doen als de flora en de fauna gewoon doorlopen in plaats van hier en daar een plukje groen.

Integraal lopen

“Hardlooproutes verbinden de stad met buitengebied of de stad met parken.” Maar de routes die Birgit in haar hoofd heeft, verbinden nog veel meer. “Wil je hier verder over nadenken, heb je verschillende profielen nodig: mensen die met actieve mobiliteit bezig zijn, dat is lopen en fietsen, en aan de andere kant zijn het landschapsarchitecten, datagedreven mensen, maar ook mensen uit het sociaal domein die juist de opgave hebben om ontmoeting te faciliteren en gezondere keuzes te stimuleren.” Om dubbele doelstellingen te bereiken, is integraal werken natuurlijk wel een must. 


Aanvliegen 

En weet je wat nou zo leuk is, je kunt zoiets ook in het klein aanpakken. “Mobiliseer de mensen rondom de route, zodat ze zelf een geveltuintje aanleggen of een perkje in eigen beheer hebben …” De keuze is reuze, maar vraagt nog wel wat denkwerk. Eind juni kwamen de eerste slimme koppen samen om hierover door te praten. “Een rondetafelgesprek, waaraan onder meer de gemeenten Utrecht en Ede, de provincie Gelderland en Wandelnet aan deelnamen. Er werden nog wel wat beren op de weg gezien. Klimaatopgave is nu vaak een sluitpost in plaats van vertrekpunt en hardlopen staat niet op het netvlies.” Om integraal te werken, moet je je afvragen: wat nou als we dit wél zouden doen. “Als je het anders aanvliegt, is er veel meer mogelijk.” 

Routes uitstippelen 

De routes kunnen buiten worden uitgestippeld, maar moeten ook binnen hun weg zien te vinden langs geldpotjes en aan elkaar te knopen opgaven. Birgit zoekt gemeenten om dit klimaatbestendige hardlooppad met haar te bewandelen. Zij staat al in de startblokken om alle mogelijkheden te onderzoeken bij jou in de gemeente. Denk je nu: wat tof, laat het haar dan weten. “Ik ben op zoek naar een gemeente met een ‘stenige’ wijk of buurt die er zin in heeft om dit plan concreet te maken met ons.” 

En voor alle lopers die liever niet hardlopen: deze paden zijn natuurlijk voor iedereen die zijn beste beentje voor wil zetten.