Technologisch democratisch, het kan!

BLOG
Duurzaamheid
Innovatie
Jan-Willem Wesselink
Programmamanager Future City Foundation
28 juli 2021
Een samenleving gebaseerd op het Spotify-principe, waarbij we altijd en overal verbonden zijn in onze eigen bubbel. Maar het wordt geen technologische natte droom, want we moeten de democratie bewaken. In gesprek met Jan-Willem Wesselink over de kansen en gevaren die de digitalisering en de technologisering met zich meebrengen.

Jan-Willem Wesselink, een man die niet zomaar te vangen is in een functie, hij vervult er namelijk meerdere. “Ik ben graag bezig op het snijvlak van ruimtelijke ordening, gebiedsontwikkeling, communicatie en innovatie. Aan de voorkant dus. Dat vind ik heel leuk om te doen en daar stop ik dan ook veel tijd en energie in.” Het is zijn geluk dat hij in een land geboren is waar hij kansen kan pakken, vindt hij. Nu doet hij wat hij leuk vindt, bij onder andere de Future City Foundation, wat nuttig is en wat ook nog eens bijdraagt aan een betere wereld. 

Point of no return

Hij brengt verhalen en mensen bij elkaar. “In je eentje verander je niet zoveel, weer zo’n tegeltje.” Maar het is wel waar. En dit is dan ook meteen de opstap naar zijn verhaal over de complexe revolutie waar we nu middenin zitten. “We zijn ver voorbij the point of no return, dit gaat gewoon gebeuren.” 

“Ik vind het fascinerend dat door internet de hele wereld aan het veranderen is, ook mijn vakgebied. We zijn met elkaar verbonden en we gaan alles doen vanuit ons netwerk. Dat wordt de essentie van de nieuwe tijd, wie dat niet kan, valt af.” En dat netwerk staat gelijk aan de digitale bubbel waar we in leven. “En dat is niet per se goed, maar dat is gewoon hoe het is.” 

Volgens Jan-Willem zitten we nu in de vierde of vijfde industriële revolutie. “Het is maar net hoe je telt.” Maar dat het een ingrijpende revolutie is, dat lijdt geen twijfel. Eigenlijk is deze revolutie al begonnen met de telefoon van meneer Bell, legt Jan-Willem uit en hij wordt vervolgens bijna filosofisch. “Nu zijn we bijna altijd connected. Het is een kwestie van tijd. Elon Musk schiet niet voor niets al die satellieten de lucht in. Dan kan de hele wereld supersnel internet hebben en is de hele wereld met elkaar verbonden. Die verandering verandert alles. Daardoor worden we flexibel. Ruimtelijke ordening is gebaseerd op plaats en afstand, dat principe vervalt en krijgt een hele andere duiding. Omdat we overal kunnen zijn, wordt het heel relevant wáár we zijn. Want je kunt maar op één plaats tegelijk zijn.” 

Plekken met betekenis

Het thuiswerken dat van de ene op de andere dag zijn intrede deed in ons land, maakt dit wel heel concreet. Werken kunnen we overal, waar en vaak ook, wanneer we maar willen. Twintig jaar geleden was ons dit niet gelukt. Sterker nog, twintig jaar geleden maakten we nog gebruik van een ratelmodem. “Ik ben altijd verbonden, dus het maakt niet uit waar ik zit, ik zoek zelf de betekenis.” Voor het coronatijdperk had Jan-Willem zijn vaste plekjes bij zijn vaste stekjes op het Centraal Station van Utrecht. Vanwege de lekkere koffie, het koekje of de vriendelijke bediening. Dus enerzijds maakt het niet uit waar je zit, anderzijds is het juist belangrijk dat je plekken opzoekt die voor jou van betekenis zijn. Functies die wel plaatsgebonden zijn, de banen in fabrieken en de baan van de kassamedewerker, worden steeds meer geautomatiseerd. 

Nieuwe laag

Wat betekent deze revolutie concreet: Tesla’s, GO-scooters die je door gebruik van een app kunt meenemen en verderop weer kunt parkeren, sensoren om de luchtkwaliteit te meten, sensoren om allerlei waterzaken te monitoren … Er komt een nieuwe laag. Je kunt in één keer een smart city bouwen, maar het gaat geleidelijker aan in de optiek van Jan-Willem. Minder top-down. Allerlei projecten worden gestart, waarvan sommige succesvol, andere niet, en die worden dan weer aan elkaar verbonden. 

Hoe dat doorwerkt in onze samenleving, dat gaan we ontdekken. Jan-Willem trekt de vergelijking met Spotify en Netflix. “Het principe is dus wat internet doet in gemakkelijkere velden – want muziek inrichten is makkelijker dan een stad – dat het uitgaat van een netwerk. Alles wordt met elkaar verbonden, daardoor word je flexibel.” Wat er gebeurt als je zoekt naar je favo-artiest op Spotify, is dat je veel gelijksoortig materiaal voorgeschoteld krijgt. “Bij Netflix is het nadeel dat je alleen nog maar naar Zweedse crimi-films kijkt, omdat je dat drie keer leuk vond.” En in die verbubbelde samenleving schuilt een gevaar. “Wat je nu al ziet, is dat mensen die recht hebben op een uitkering die hulp niet meer weten te vinden. En ook de overheid weet die mensen steeds minder goed te vinden. In verband met privacy kun je ook niet zomaar even aanbellen bij mensen. Mensen bereiken elkaar niet meer.” 

Democratie en technologie

En nu komen we aan bij het stokpaardje van Jan-Willem. Want met digitalisering en technologisering kunnen we de wereld weliswaar verbeteren, maar daarvoor moeten we wel de democratie bewaken. Waarbij democratie staat voor vrijheid van het individu, zonder dat dit schade berokkent aan de groep. 

Wil je in een technologische wereld grip houden als overheid, dan moet je daar regels voor stellen. Want je wilt het inzetten voor een betere wereld, om de development goals te halen en niet om de individuele vrijheid in te perken. Privacy komt natuurlijk al snel in het geding. Kijk maar naar Google, van zoekmachine naar maps, het brengt je veel gemak, maar in het delen van al je gegevens schuilt ook een gevaar. 

Black Mirror, een serie van Netflix, geeft angstbeelden. Je kunt een netwerksamenleving ook inzetten om controle te houden over mensen, technisch kan dat. Dat moet je verbieden.” Maar gelukkig zwakt Jan-Willem dit terrorbeeld iets af: “We moeten ook niet overschatten wat allemaal wel kan nu, dystopia hebben ook altijd zelfoverschatting van de technologie.” 

Slimme stad 

Allemaal zaken om nu al goed over na te denken. En dat doet Europa in de Europese Commissie en dat doet Nederland nu met commissie digitale zaken en dat doen alle betrokken in de City Deals. Juist in de City Deal, waarin Jan-Willem projectmanager is van ‘slimme stad, zo doe je dat’, worden de complexe problemen opgediend in brokjes, zodat je je er niet in verslikt, maar zodat er wel wat gedaan wordt. “Maar vergeet niet, dit biedt ook kansen. Je moet de kansen benutten en de gevaren inperken.” En ja, wat zijn dan die gevaren en wat vind jij gevaarlijk? Genoeg voer om over na te denken. Denk aan: de data van sensoren, hoe sla je die op? Welke vormen van mobiliteit zijn er mogelijk? Hoe organiseer je een debat dat vroegtijdig de complexe zaken bespreekt? Of, hoe besteed je op een goede manier een urban-dataplatform aan? 

Ethische dilemma’s

En dan zijn er nog de ethische vraagstukken die de netwerksamenleving met zich meeneemt. “De digitalisering verandert de wereld fysiek, maar ook jouw kijk erop. Peter-Paul Verbeek [o.a. hoogleraar filosofie van Mens en Techniek] noemt dat technological mediation. En hij geeft het volgende voorbeeld: als je zwanger bent, maak je een echo. Daardoor krijg je een ander beeld van je ongeboren kind, dat geldt zeker voor de vader. Je krijgt een diepere band. Maar het zorgt ook voor ethische dilemma’s. Je kunt ook zien dat het kindje niet gezond is. Als je dat niet wist, dan deed je niets. Als je het wel weet, ontstaat er dus een nieuw ethisch dilemma … Zie je hoe ingewikkeld dit is.” Met de technologie wordt er dus ook geschud aan de eigen normen en waarden. De bestorming van het Capitool is zo’n bizarre vervaging van normen en waarden. “De mensen geloofden dat dat goed was door een beeld op Facebook en dan kan dit dus gebeuren.” 

Maar al die online netwerken waar je je in bevindt, in de verzuiling was het niet anders. “Mensen zoeken altijd gelijken op. Zoals een collega van mij zei: je komt geen mensen meer tegen waar je normaal een blokje voor om gaat”, lacht Jan-Willem. Maar ja, dat is ook een verarming of verschraling van je wereldbeeld, gaat hij verder. 

Revolutie realiseren

Om die revolutie democratisch te realiseren, zijn allerlei netwerken in het leven geroepen. Dit is hoe het werkt:

  • Future City en City Deal slimme stad zorgen voor innovatie en zetten aan tot bijbehorende wet- en regelgeving.
  • Stedennetwerk G40 zorgt voor implementatie.
  • En dan moeten bedrijven de zaken nog anders gaan organiseren. Denk aan skillset en kennis. “Anders kun je moeilijker aansluiting vinden bij de rest.” 

En wie gaat dat betalen? “We blijven steden ontwikkelen. De manier waarop geld door dat systeem gaat en hoe waarde gecreëerd wordt verandert. Want vanuit waarde ontstaat financiële waarde. En als je kijkt naar het businessmodel van Spotify, dan is dat anders dan het businessmodel van de vroegere cd. Met Spotify koop je een abonnement, dat past zich aan en dat kun je opzeggen. Het is veel meer gericht op de relatie, op het netwerk. Het is interessant om na te gaan hoe dit gaat veranderen in gebiedsontwikkeling, maar daar weet ik nog niet zo goed een antwoord op.”  Voorlopig is het dus nog niet zover, maar het gaat gebeuren!