Lessen uit de proeftuinen

BLOG
Duurzaamheid
Innovatie
Mirjam Pronk
Consultant Warmtetransitie bij Sweco
03 juni 2021
Wat hebben we geleerd van de proeftuinen Aardgasvrije Wijken die de afgelopen jaren zijn gestart? Volgens Mirjam Pronk, Consultant Warmtetransitie bij ingenieursbureau Sweco, is dit het moment om waardevolle kennis te delen voor de derde ronde proeftuinen en voor de noodzakelijke stappen in de warmtetransitie daarna.

Binnenkort, naar verwachting rond 1 juli, kunnen gemeenten plannen indienen voor de derde ronde proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) van het Rijk. In de eerste ronde in 2018 kregen 27 proeftuinen financiële ondersteuning, in de tweede ronde 19; ditmaal zal er ruimte zijn voor ongeveer 12 projecten, meldt de PAW-website. Mirjam Pronk, consultant warmtetransitie bij Sweco, werkte de afgelopen jaren met gemeenten aan verschillende proeftuinen en Transitievisies Warmte (TVW’s). “Ik vind dit hét moment om op basis van de verschillende voortgangsrapportages én vanuit mijn eigen ervaringen lessen uit de eerste twee rondes te trekken. Lessen die we kunnen gebruiken voor de plannen voor de derde ronde én natuurlijk voor alle volgende stappen in de transitie.” 

Randvoorwaarde

Om aangewezen te worden als proeftuin in de derde ronde moeten de plannen aan strenge criteria voldoen. Mirjams eerste aanbeveling betreft dan ook de randvoorwaarden: kies een wijk waar een duidelijke energie-oplossing én voldoende draagvlak voorhanden is, zegt ze. “Vaak poppen die wijken tijdens de inventarisatie snel op. Een kansrijke wijk heeft bijvoorbeeld een actieve bewonersvereniging én mogelijkheden voor een warmtenet of warmte-koudeopslag. Als een wijk deze dingen niet heeft, begin dan niet met een proeftuintraject.”

Opschaalbaarheid

Maar een proeftuin moet aan meer voorwaarden voldoen, zo laten Mirjams ervaringen zien. Het Rijk is in deze ronde op zoek naar manieren voor opschaling. In een keer naar aardgasvrij is voor veel wijken de komende jaren niet haalbaar. “Je kunt aardgasvrij soms lastig opschalen. Maar met ‘aardgasvrij ready’-maatregelen zoals woningisolatie en hybride warmtepompen kan dat wel, en door die massa kun je ook de vereiste CO2-reductie realiseren. Dan gaat het weliswaar in stapjes, maar je bereikt de doelen, en met meer draagvlak.”

Techniekkeuze

Een derde punt dat Mirjam wil maken, betreft de techniekkeuze. Uit recent onderzoek van het Economisch Instituut van de Bouw (EIB) blijkt dat de inventarisatie van de bestaande situatie ten opzichte van de technische oplossingen in de proeftuinen soms onvoldoende is. In andere gevallen zijn de keuzes onvoldoende onderbouwd. “Beide dingen ben ik wel tegengekomen,” zegt Mirjam. “Als techneut verbaasde dat me wel. De warmtetransitie is tenslotte een ontwerpvraagstuk waarbij een oplossing fysiek moet worden ingepast in de omgeving. Je moet bijvoorbeeld weten of het stroomnet de elektriciteitsvraag aankan en of er überhaupt genoeg ruimte is in de bodem. Die dingen moet je in concept hebben ingetekend voor je een proeftuinplan indient.”

Complete business case

Een kansrijk plan staat of valt bovendien bij een gezonde en complete business case waarin de kosten van de transitie vanaf de energiebron tot achter de voordeur zijn meegerekend, stelt Mirjam. En daar ontbreekt het soms nog aan. “Bijvoorbeeld omdat een plan alleen gaat over de sociale woningbouw, en niet over de particuliere woningen. Of omdat de aanpassing van de aansluitingen binnen in de woning niet zijn meegenomen. Een business case moet echt volledig zijn.” 

Vroeg in gesprek gaan

En dan de bewoners. Vaak zijn zij de laatsten die bij de energietransitie van de gebouwde omgeving in beeld komen. Mirjam ziet dat met lede ogen aan. “Draagvlak is heel belangrijk in dit proces. Het gaat tenslotte om de grootste verbouwing van Nederland, zeg ik altijd. En actieve bewonersverenigingen kunnen de transitie verder helpen. Dat heb ik bijvoorbeeld gezien bij het project Duursaam Benoordenhout in Den Haag. Zo’n vereniging heeft een netwerk in de buurt en levert kennis over wat er achter de voordeur speelt waar je anders als gemeente geen toegang toe hebt. Hoe eerder je ze betrekt, hoe beter.”

Energie

Mirjam deed deze ervaringen niet alleen op in haar werk. Sinds 2012 is ze in haar woonplaats Rotterdam actief als vrijwillig bestuurslid van energiecoöperatie Blijstroom. “Inmiddels beheren we vier grote daken met zonnepanelen en hebben we zo’n tweehonderd leden uit de wijk, die hiermee samen stroom opwekken. Zo’n groep mensen, daar krijg ik echt energie van. De gemeente weet ons inmiddels ook goed te vinden. Want ze merken hoeveel kennis en gedrevenheid bij zo’n collectief zit.”

Steile leercurve

Terugkijkend naar de proeftuinen in de afgelopen jaren, vanuit het perspectief van de externe adviseur, is de teneur positief: “Er is nogal wat kritiek op de proeftuinen geweest,” zegt Mirjam, “maar dat is niet helemaal terecht. De oorspronkelijke ambities bleken weliswaar niet realistisch, maar er is in relatief korte tijd veel geleerd: wat werkt wel, wat werkt niet. Dat is heel waardevol voor de volgende stappen, als de Transitievisies Warmte de komende jaren nader worden ingevuld.”

Stokken en smeermiddelen

Daarvoor zal wel meer hulp van het Rijk moeten komen, benadrukt Mirjam. “Zowel stokken als smeermiddelen. Stokken zoals landelijke wetgeving die gemeentes de mogelijkheid geeft om bewoners in het uiterste geval van het gas af te sluiten, bijvoorbeeld wanneer één of twee huishoudens de transitie voor een hele buurt zouden tegenhouden.” Met smeermiddelen doelt ze op financiële instrumenten als de inzet van Energy Service Company’s (ESCo’s), waarmee particulieren energiemaatregelen over een lange periode kunnen afbetalen terwijl hun netto energielasten gelijk blijven.  

Bedrijven aan tafel

Het laatste leerpunt gaat over leren zelf. Want Mirjam ervaart nog te vaak dat gemeenten bezig zijn het wiel opnieuw uit te vinden. “Meer kennisdeling zou goed zijn. Waarbij liefst ook de kennis vanuit de markt, dus van ingenieursbureaus, wordt benut. Nu komen vraagstukken die ik elders al heb gezien bij een nieuwe opdracht vaak weer terug. Dat is zonde. Al zit daar ook een klein beetje egoïsme bij, dat geef ik toe. Ingenieurs willen nou eenmaal graag steeds iets nieuws doen!”

Headerfoto gemaakt door Kick Smeets, in Overwhere-Zuid, Purmerend.