Hup hup hup en er staat een pop-up-[mobiliteits]hub

BLOG
Ruimtelijke ontwikkeling
Innovatie
Jet Kiks
Landschapsontwerper bij Royal HaskoningDHV
04 oktober 2021

Mobiliteitshubs, we kennen ze al van de grotere stations, maar zoals de knooppunten er gaan komen, zo kennen we ze nog niet. Op papier bestaan ze al, in het echt staan ze er binnenkort. Benieuwd naar de pop-up-hub, de stationshub en alles daartussenin? Laat je verrassen door het verhaal van Jet Kiks, landschapsontwerper bij Royal HaskoningDHV. 

Het landschap – of meer nog: het buiten zijn – heeft een grote aantrekkingskracht op Jet. Vroeger deelde ze deze interesse niet per se met haar ouders en grootouders als ze er weer eens middenin stond, maar inmiddels denkt ze daar anders over. “De dingen waarvan je altijd roept ‘dat ga ik nooit zo doen’, dat je je daarop dan toch betrapt”, lacht Jet. 

Hubs

“Landschapsopbouw vind ik minder interessant”, vertelt ze. Maar de ontwikkeling van het landschap waar de mens zich mee bemoeit, daar houdt ze van. Haar eigen ontwikkeling gaat van erfgoed à la Paleis het Loo: “Van a tot z ontwerpen, nadenken over wat er vroeger was en de huidige functionaliteit. Materialisatie en beplanting”, met een enkele tussenstop door naar de stedelijke mobiliteitshubs van de nabije toekomst. “Ik zit nu bij RHDHV in de adviesgroep hubs en leisure, daar houden we ons bezig met plekken waar mensen bij elkaar komen en weer uit elkaar gaan. Ik ben vaak aangesloten als adviseur van ruimtelijke inpassing.” 

Mobiliteitshubs zijn niet nieuw, vertelt ze, maar deze term is wel hip. “Het is een knooppunt waar verschillende vormen van mobiliteit bij elkaar komen en overstappen mogelijk is.” Waarbij het steeds vaker om deelmobiliteit gaat en je er diverse vervoermiddelen aantreft, eigenlijk alles met wielen. Ze schetst snel een beeld van ons huidige landschap. “In stedelijk gebied is er verdichting, de parkeernorm gaat omlaag bij nieuwbouwprojecten. Waar je vroeger ruimte had voor twee auto’s, heb je nu vaak niet eens meer ruimte voor één auto. Dus dan is er een alternatief nodig en dat zie je steeds vaker gebeuren in de vorm van mobiliteitshubs.” Dat is wat speelt in de steden, maar ons landelijke gebied is ook aan veranderingen onderhevig. “Wat je daar ziet, is dat er vervoersarmoede komt, veel kleine bushaltes verdwijnen. Er zijn nog wel grotere, maar je vindt ze niet meer in ieder dorp.” 

Royal HaskoningDHV Impressie Werpsterhoeke

Uitvalsbasis 

Waar voldoet zo’n mobiliteitshub aan? “Er zijn hubfaciliteiten, zoals een goede, beveiligde fietsenstalling met oplaadmogelijkheden.” Slim, want veel mensen pakken het fietsje naar de hub en de elektrische fiets wordt steeds meer gebruikt. “Met het netwerk van hubs kun je de hele regio doorkomen.” De hub als uitvalsbasis dus.

Zekerheid

Hubs bieden ook zekerheid. Zo weet je dat bussen vanaf alle hubs in Groningen in de stad Groningen uitkomen, bijvoorbeeld. “Je weet dat je kunt overstappen op een ander vervoermiddel, dat er een korte reistijd is en je weet wat je kunt verwachten aan kwaliteit en veiligheid.” En dan zijn er nog de extra’s. Jet noemt een vergaderlocatie naast de hub of een pakketophaalpunt. Dan kom je uit je werk, stap je uit bij je hub en haal je daar je pakketje op in plaats van bij de buren. “Het is een andere manier van denken.” 

Veiligheid

En zoals je bij de grotere stations kunt verwachten dat er broodjes, koffie en tijdschriften voorhanden zijn, zo kun je dat bij de kleinere niet. “Gemeentes en provincies willen wel vaak winkeltjes, maar wie gaat dat betalen? Financieel is dat vaak niet haalbaar.” Toch zijn het wel vaak de extra functies die een gevoel van veiligheid creëren. Jet vergelijkt het met de carpoolplekken waar je liever ’s avonds laat niet komt. “Het toevoegen van functies en de locatiekeuze kunnen helpen om de sociale veiligheid te vergroten. Bovendien zorgt een prettige plek er juist voor dat je gebruikmaakt van de mobiliteitsmogelijkheden. 

Herkenbaarheid 

Een reiziger verwacht herkenning, “Nu hebben alle vervoerders een eigen logo en kleur, hoe zorg je er nou voor dat zo’n hub ook weer herkenbaar is?” De routing ernaartoe moet gewoon duidelijk zijn, signing is dus van essentieel belang. “Er moet een logische stroming naartoe zijn, hoe bereikt een voetganger de hub. En iets anders, de technische faciliteiten, MaaS-apps bijvoorbeeld, een uitgebreide 9292ov.nl. Dus dat je je reis ook digitaal kunt zien en dat je je snelste, makkelijkste of leukste reis kunt uitzoeken.” Dus: wie is je gebruiker en hoe kun je de gebruiker het beste faciliteren? 

Kwaliteit

De zuidkant van Leeuwarden krijgt een mobiliteitshub: Werpsterhoeke. “Het is nu nog echt landelijk gebied en daar zijn ze een woonwijk aan het ontwikkelen.” Jet vertelt dat de hub het visitekaartje van Leeuwarden moet worden. “Een logische plek, want je komt er met de trein, maar ook met de auto. Alle belangrijke wegen en fietspaden komen bij dit knooppunt samen. En dat moet een bepaalde uitstraling hebben en daar heeft het landschap ook een bepaalde kwaliteit.” Nog een vereiste waar zo’n hub aan moet voldoen en dan zitten we op het expertiseterrein van Jet. 

“De gemeente wilde graag een mobiliteitshub en wist goed wat dat functioneel inhoudt, maar niet hoe dit er vervolgens uitziet.” Samen met een collega hielp Jet dit verhaal beeldend te krijgen. Wat is belangrijk, hoe ziet dat eruit? Aan de hand daarvan is een gezamenlijk toekomstbeeld voor de ontwikkeling van de hub, de omgeving en de gebiedsontwikkeling opgezet. “Start met een kleine hub met een stoptrein en snelfietsroutes erlangs. Creëer plek voor faciliteiten en laat de hub als katalysator werken voor gebiedsontwikkeling, omdat die plek goed bereikbaar is.” Aan de hand daarvan zijn afspraken over de uitvoering en een planning gemaakt, een ontwikkelkader. Zo weet de gemeente nu wat ze wenst en wat ze weert, zoals grote bouwmarkten, want die passen niet op die plek. Ze zoeken iets wat meerwaarde creëert, functioneel is en dezelfde uitstraling heeft.


Uitstraling

Over die uitstraling gesproken, materialisatie en beheer hebben daarin natuurlijk een groot aandeel. “Je wilt niet dat het snel verloedert met onkruid of graffiti.” En een juiste uitstraling werkt natuurlijk ook als de honing voor commerciële partijen die zich bezighouden met deelauto’s, deelfietsen, deelscooters. “Je moet wel interessant genoeg zijn.” 

Netwerk 

Ook in Zeeland mochten Jet en collega’s meedenken over de mobiliteitshubs. In dit geval gaat het om een heel netwerk. Ze maakten de volgende onderverdeling in categorieën: 

  • Er zijn de stationshubs, “Die zijn er al, bijvoorbeeld in Vlissingen, Middelburg en Goes.” 
  • Regiohubs, een groter knooppunt met een regionale functie, buslijn en mogelijk een treinstation.
  • Hub, knooppunt met verschillende modaliteiten. Denk ook aan P&R of P&B, de minder bekende ‘park & bike’. “Dat kan voor stranden interessant zijn, dat je je auto parkeert en een deelfiets pakt.” 
  • En de hubgrade; Zeeland is een toeristentrekpleister en kent daarmee ook seizoensdrukte. Handig als hubs daarop in kunnen spelen, door op te poppen wanneer nodig. 

Maar bovenstaande hubs zijn niet als een pakketje te bundelen en zo één op één door te voeren op andere plekken. “In hoofdlijnen is het misschien hetzelfde, maar wie is je doelgroep, wat is financieel haalbaar?” Het gaat dus altijd om maatwerk en daarbij is goed advies onontbeerlijk. 

Geen deelfiets

Verrassend genoeg behoren deelfietsen, op de P&B na, niet tot het advies van Jet en haar collega’s in Zeeland. Ze legt het uit: “Zeeland is een provincie die leeft van toeristen en dan is fietsverhuur natuurlijk booming, dat moet blijven. De provincie en de gemeentes willen wel graag deelfietsen faciliteren, maar daarvan hebben wij gezegd: denk daar nog eens goed over na. Misschien kun je beter aan een fietsverhuurder vragen om fietsen bij de hub te verhuren in plaats van daar deelfietsen neer te zetten.” Ze verwachten dat bewoners met hun eigen fiets richting hub fietsen en voor toeristen geldt: je hebt de toerist die met zijn Tesla naar het duurste hotel gaat en niet fietst. De toerist met eigen camper of caravan die de eigen fiets meeneemt en dan blijft de strandbezoeker nog over. 

Uitvoering 

En waar heel veel dingen logisch lijken, blijken zaken in de uitvoering wat ingewikkelder. Jet vertelt nog even over de uitstraling die overal gelijk dient te zijn in het kader van herkenbaarheid en identiteit. Denk aan beeldmerken, kleurgebruik, bushokjes en bankjes. “In de praktijk werkt dat denk ik niet zo, gemeentes hebben eigen meubilair en kleuren die ze graag terugzien. Je adviseert vanuit je expertise, maar of het ook zo gerealiseerd gaat worden met alle meningen en afspraken, ik weet niet of dat daadwerkelijk ook kan.” Het is nu aan Zeeland om de hubs verder vorm te geven. 

Meerwaarde

Volgens Jet zijn alle betrokken partijen, van overheidsinstanties tot ontwikkelaars, nog zoekende. Haar wens: Ik zou het wel mooi vinden als ons advies eraan bijdraagt dat de hubs daadwerkelijk gerealiseerd worden en functioneren zoals we dat allemaal voor ogen hebben. Dat het ook daadwerkelijk de meerwaarde heeft … Daar ben ik heel benieuwd naar.”