Hoor de wind waait door de molens

BLOG
Projectmanagement
Duurzaamheid
Beleid & advies
Ruimtelijke ontwikkeling
Frenkel Beerens
Proces- en projectmanager bij Louter
07 mei 2021

Hoe de politieke wind waait, zo waaien de molens. En zijn er volgend jaar niet weer gemeentelijke verkiezingen? Over die gemeenten gesproken, in regioverband komen ze tot mooie energietransitie-vriendelijke oplossingen, maar tijdens daadwerkelijke besluitvorming in de gemeenteraad lijkt het toch vaak eigen geluk eerst. Oftewel, oplossingen graag buiten eigen grenzen. Wat is er nodig om alle neuzen dezelfde kant op te laten waaien? 

Na 20 jaar ambtelijke ervaring zit Frenkel Beerens nu op de adviseursstoel bij Louter in Den Bosch. Als projectmanager helpt hij menig participatietraject rondom windmolens op gang. “Het was voor mij echt een eyeopener dat participatie veel meer omvat dan alleen procesparticipatie.”  

‘Zo draait de molen’

Zo blij als mensen kunnen worden van het kinderlied ‘zo draait de molen, de molen, de molen …’ – met bijbehorende bewegingen uiteraard –, zo verdrietig worden ze bij het (voor)uitzicht van zo’n zelfde molen in hun achtertuin. Er zijn dan ook genoeg zwaarwegende bezwaren aan te dragen, zoals geluidsoverlast, slagschaduwoverlast en gezondheidsproblemen. En al die bezwaren zijn wetenschappelijk onderzocht. 

Hinder

Maar wanneer praat je over overlast en wanneer over hinder? Er is wet- en regelgeving die de normen bepaalt. Normen die op dit moment onder een vergrootglas liggen overigens. Toch is er maar een kleine groep die daadwerkelijk ernstige hinder ondervindt van windturbines, blijkt uit onderzoek van het RIVM. De WHO adviseert om de huidige norm van 47 decibel te verlagen naar 45 decibel. Als dat gebeurt, neemt de kleine groep met nog eens 20% af. Maar twee decibel aanscherpen heeft wel weer grote gevolgen voor de windturbine en de plek waar de windturbine kan staan: “Plaats je ‘m verder weg, maak je ‘m hoger of maak je ‘m stiller …”

De slagschaduw van de windmolen over de woning, ook daar is een norm voor. Namelijk maximaal 6 uur per jaar, daarna zet de turbine zichzelf stop. Maar is dit wenselijk? Wat nou als jouw huis in de schaduw staat, terwijl je zelf niet eens thuis bent? “Wat er vaak gebeurt, en dat vind ik heel mooi van de windmolenparkontwikkelaars, is dat ze met de omgeving een soort van slagschaduwkalender gaan maken en vragen: Zijn er momenten dat u de schaduw als hinderlijk of minder hinderlijk ervaart? Dan kunnen we daar afspraken over maken.”

En hoe zit het dan met de gezondheidsproblemen die omwonenden van windturbines ervaren? Er is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het verband tussen het wonen naast windmolens en problemen met leren of gezondheid. Ook het RIVM onderzoekt dit met regelmaat. In 2020 nog. Zij concluderen dat de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig zijn. Frenkel: “Als gemeente moet je ergens op vertrouwen en dan is het RIVM een heel betrouwbaar instituut. De Raad van State volgt dezelfde lijn.”  

Draagvlak

Frenkel is van mening dat veel van bovenstaande bezwaren in het voortraject besproken en opgelost kunnen worden. Daarvoor is het wel van belang dat de gemeente de benodigde bevoegdheid van de provincie naar zichzelf toetrekt. Daarmee vergroot je het draagvlak en maken de molens een zachtere landing op gemeentelijke grond. “De provincies staan op grotere afstand en hechten veel minder belang aan financiële en sociale participatie. Zij gaan puur op het RO-deel zitten, voldoet het aan de natuur, het landschap, externe veiligheid …” Deelt het Rijk of de provincie gewoon mee dat er een windmolenpark komt, dan heb je de poppen aan het dansen en krijgen ze de wind van voren. 

Daarom is het ook voor het Rijk prettiger om dit soort zaken lager neer te leggen. Maar ze blijven wel een slot op de deur, geeft Frenkel aan. “In de gemeente Zaltbommel liep de besluitvorming niet goed, dan pakt de provincie haar bevoegdheid weer terug.” Maar – natuurlijk is er een maar – het verhaal rondom de windmolens naar je toehalen, betekent dat je ook specifieke kennis in huis moet halen en weerstand moet incasseren. Een goed moment om Frenkel zijn expertise in te roepen. 

Klankbordgroep 

Frenkel vertelt over Oss, bij de ontwikkeling van het windpark daar is hij nauw betrokken. Concreet gaat het om vier windmolens rond een bedrijventerrein. “Er is een klankbordgroep met omwonenden, ondersteund door de NLVOW [De Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines].” De NLVOW heeft Rob Rietveld als directeur. Rob is ervaringsdeskundige en een bekende naam in windland. “De gemeente betaalt hem en hij ondersteunt de omwonenden.” Slimme zet van de gemeente Oss, want omdat Rob de belangen van de omwonenden behartigt, draagt hij bij aan het creëren van het benodigde draagvlak. 

Omgevingsraad

Maar daar houdt het niet op. Er is ook een omgevingsraad ingericht, gefaciliteerd door de gemeente. De gemeente schuift wel aan voor het beantwoorden van vragen, maar neemt geen zitting. De omgevingsraad bestaat uit direct omwonenden, twee ontwikkelaars [één corporatief en één commercieel], eigenaren van de omringende bedrijven en twee dorpsraden. In deze raad wordt besproken hóe de ontwikkelaars en de buren tijdens bouw en exploitatie met elkaar omgaan. 

Financiële participatie

En dan komen we aan bij de sociale en financiële participatie. In de gedragscode van de NWEA [Nederlandse WindEnergie Associatie] staat dat ontwikkelaars een financiële compensatie geven aan de omgeving. Die compensatie komt vervolgens ten goede aan diezelfde omgeving. Het zogenoemde gebieds- of omgevingsfonds. De gemeente Oss heeft hiervoor een overeenkomst afgesloten met de ontwikkelaars. Op jaarbasis wordt er € 30.000,- in het omgevingsfonds gestort. De omgevingsraad bepaalt op zijn beurt waar het geld naartoe gaat. “Zo gaat 2/3 van het geld straks naar direct omwonenden, als compensatie voor de hinder en gaat er 1/3 naar de dorpsraad die hier bijvoorbeeld een buurtbarbecue van kan organiseren …” 

Maar wind levert nog meer op voor Oss. Zo is er ook het duurzaamheidsfonds, gevuld met afdrachten vanuit de ontwikkelaars. De commerciële partij wil nog wel iets verdienen, maar de corporatieve partij met lokale genen draagt alles af. “Dat kan oplopen tot een miljoen.” Het duurzaamheidsfonds heeft tot doel om de energiestrategie een handje te helpen binnen Oss. Deze stichting, want dat is het, heeft nog wel statuten en richtlijnen nodig. Wanneer de Raad van State een definitieve go geeft, worden die geschreven. Want pas daarna wordt de financiering geregeld en kan het plan echt worden uitgerold. 

De sociale en financiële participatie is geen must, maar wel wenselijk. “Omgevingsdialogen en procesparticipatie is wel een must”, gaat Frenkel verder. En met de Omgevingswet in het vizier is procesparticipatie natuurlijk iets waar we al volop op inzetten. 

Regionale besluitvorming

En nu Frenkel het toch heeft over participatie en dialoog, wil hij meteen een lans breken voor contractbesprekingen voorafgaand aan regionale besluitvorming. Eigenlijk gelijk aan wat er nu al gebeurt bij de windturbines. Dit met het oog op de 30 RES’en [Regionale EnergieStrategie] die ons land telt en die in een kort tijdsbestek hun stinkende best hebben gedaan voor de energiestrategie in eigen regio. Want nu de conceptstrategieën klaar zijn, kunnen de mooie plannen op tegenstand rekenen in de gemeenteraden. De gemeenten willen de oplossingen toch liever buiten de eigen gemeentegrenzen houden en het zijn juist de gemeenteraden die beslissingsbevoegdheid hebben. Dat wringt.  

REKS

Een voorbeeld van hoe het kan, is Midden-Brabant, vertelt Frenkel. “Het gaat om negen gemeenteraden. Zij hebben aan de voorkant afgesproken: wij moeten doen alsof we één gemeente zijn en niet kijken naar gemeentegrenzen.” Voor nog meer daadkracht hebben ze de K van klimaat ook maar direct toegevoegd en zo gaat de RES nu door het leven als de REKS. “Ze waren als eerste van Nederland klaar en het wordt gedragen.” Wat is dan de succesformule van deze regio? “de schaalgrootte, bevlogen bestuurders, een gezamenlijk einddoel en de rol van Tilburg. Tilburg stelt zich op als de grote stad, maar met respect voor de belangen in de kleine gemeenten.” 

REXIT

Maar iets verder, in Noord-Oost-Brabant liggen de kaarten anders. “Oss heeft een gigantisch buitengebied, gemeenten zeggen: Laat Oss maar bouwen. Als je dat soort berichten in de publiciteit krijgt – en dit stond in de krant –, dan kweek je weerstand.” Dan schiet je je doel, de wereld redden, voorbij. “Dit kun je ondervangen door aan de voorkant tijd te investeren en af te spreken: hoe gaan wij met elkaar om, om pas daarna de inhoud in te duiken.” 

De regio beslissingsbevoegdheid geven door hier staatsrechtelijk een bestuurslaag van te maken, is natuurlijk ook een idee, alleen volgt dan de discussie: wat is dan nog het nut van de provincie? Maar regionale samenwerking optimaliseren en formaliseren is wel noodzakelijk, volgens Frenkel. “Er zijn steeds meer opgaven die om een regionale aanpak vragen.” 

Windkracht

Voor de RES’en is zo’n voorgesprek te laat, maar er is nog wel tijd om pas op de plaats te maken en een contract op te maken met alle betrokkenen. Frenkel tipt ook om de materie niet te laten liggen nu Den Haag zich buigt over de formatie. “Tegenstanders zeggen: wind is niet de oplossing, maak gebruik van waterstof of geothermie, enzovoort. Maar wind en zon zijn voor nu de best beschikbare alternatieven. En over een x-aantal jaren zien we wel weer. Daarom kiezen wij voor de windparken ook voor tijdelijke omgevingsvergunningen van 25 of 30 jaar. Zijn de windmolens afgeschreven, kunnen we een nieuwe afweging maken.” Ook al waait de wind straks anders, pak nu gewoon door.