Gebruik in plaats van bezit Co-creatie voor een inspirerende werkomgeving

BLOG
Innovatie
Ellis ten Dam
Commercieel directeur bij Royal HaskoningDHV
22 november 2021

Vastgoed gaat over zoveel meer dan over m2’s. Alles wat je erin stopt, van ambitie tot cateraar, draagt bij aan het succes. Ellis ten Dam, consultant en commercieel directeur bij Royal HaskoningDHV, noemt zichzelf een vakidioot en weet veel over duurzaam gedeelde vierkante meters. Van user experience tot co-creatie en alles wat daarbij komt kijken.

De passie voor haar vak is voelbaar als ze haar verhaal vertelt. “Ik houd van dingen die mooi zijn en kloppen. Ik ben niet de pure ontwerper, ik doe meer de analyses en ik ben de verbinder, de regisseur.” 

Stenen stapelen

Aan de TU Eindhoven kwam ze er in de jaren 90 al achter dat stenen stapelen haar geen voldoening geeft. “Ik was altijd wel geïmponeerd door grote technische constructies, maar daar gaat het niet alleen om. Het gebouw moet goed zijn voor het gebruik, anders zijn het loze stenen”.

Op aanraden van haar professor in Eindhoven ging ze daarom op onderzoek uit in de VS. “Al die nieuwe inzichten, al die mogelijkheden. Hoe reageren mensen op hun omgeving, wat is de businesscase voor een organisatie om naar een andere omgeving te gaan. Dus zowel economisch als psychologisch kreeg ik er nieuwe vakgebieden bij. Ik zag heel sterk: het gaat niet om het ontwikkelen, het ontwerpen en het bouwen alleen. Het gaat veel meer om wat die gebouwen doen als je ze eenmaal hebt. En aan de voorkant, als je wilt plannen, waar richt je je dan op? Wat zijn de waarden die voor de toekomstige doelgroepen van belang zijn? En daar moet je op aanhaken, wil je duurzame omgevingen creëren.” Vragen die ze vandaag de dag nog steeds stelt als consultant om achter de beste user experience te komen.  

De dag na morgen

Als commercieel directeur richt ze zich op later. “Waar gaat de wereld naartoe, waar moeten we ons op voorbereiden, wat is het antwoord op de vragen die dan gesteld worden?” Ontwerpers zijn volgens haar sterk in het snel zoeken naar oplossingen, maar waarop geven die dan een antwoord? “En ik zie, toentertijd al bij industrieel ontwerpers en nu bij design thinkers, dat zij eerst de problem discovery doen en daarna naar de solution gaan.” 

Het argument ‘mensen weten niet wat ze willen’ houdt bij haar geen stand. Je kunt prima doelgroepen definiëren, zoals patiënten in een ziekenhuis of mensen in een stad, want welke behoeften hebben zij? “We kunnen niet bouwen op aannames die we niet eerst toetsen. En het gaat hier niet om een iPad hè, die je na een paar jaar weer vervangt, het gaat om relatief statisch vastgoed. Gebouwen moeten 40 tot 100 jaar meegaan.” 

Steve Jobs mag ooit gezegd hebben: Als ik gevraagd had: ‘Wat wil je', dan was er nooit een iPad uitgekomen. Maar de behoefte, een draagbaar device, dat kunnen mensen echt wel zelf bedenken, als je maar de juiste vragen stelt, is Ellis haar mening. De behoeftes van mensen en organisaties breng je dus altijd eerst in kaart en daarna kun je de vertaalslag maken naar de omgeving. 

User experience

Maar je moet daarvoor wel met de juiste user spreken. Ellis vertelt over haar aanpak. “Eerst wil je weten wat de visie, ambitie en de doelstellingen zijn van de organisatie. Daarna vraag je: Wat zijn jullie activiteiten nu, wat is daarvoor van belang en wat zijn mogelijke ontwikkelingen daarin? Je werkt alle scenario’s uit, denk bij een universiteit aan groei van het aantal studenten door demografische ontwikkeling en globaliseringtrends. Je kijkt naar de doelgroepen binnen en naar de stakeholders rondom die organisatie. Zo heeft diezelfde universiteit ook bezoekers en kunnen de mensen die in de buurt wonen misschien wel sporten op de campus.” 

Visual Blog Urban-Innovators-v2

Kopje koffie

Even naar die doelgroepen binnen de organisatie. Wat je dan gaat onderzoeken, is de user experience. Hoe gaat de student naar de universiteit toe, en als dat met de fiets is, waar wordt-ie geparkeerd, een koffietje, waar haal je dat? Of een PhD’er die bezig is met een labonderzoek, wat komt hij of zij tijdens een dag werken tegen? Waar biedt de huidige omgeving nu al meerwaarde en wat is een negatieve ervaring? Dat laatste kan van alles zijn. Van te krappe fietsenhokken tot de sobere keuzemogelijkheid in de kantine met alleen een broodje kroket of roze koek. 

De volgende stap is het vervlechten van elementen uit de waarden van de doelgroep met de organisatiedoelstellingen om deze te versterken. Zoals gezegd: vastgoed is zoveel meer dan m2’s. 

Co-creatie

Hokjesdenken en het letterlijk in hokjes werken staat co-creatie in de weg en juist daar is Ellis nu een groot voorstander van. Zo wil Royal HaskoningDHV in Delft op de campus gaan werken en van hun semi-openbare ruimte mogen studenten en onderzoekers ook gebruik maken. Zo hebben zij meer studieruimte en ondertussen kunnen er wonderschone dingen ontstaan wanneer je elkaar op een gezamenlijke plek tegenkomt. Win-winsituatie. “Vorige week hadden we een soort bedrijvendag met studenten van de TU Delft. En die zeiden ook: Voor ons kan het heel erg van belang zijn, soms weet je helemaal niet wat er allemaal mogelijk is qua werkmogelijkheden. En jullie kunnen ons ook betrekken bij brainstormsessies en onze slimme en vernieuwende inzichten gebruiken.” 

Ontmoetingsplekken

In Amsterdam zit Royal HaskoningDHV in start-up-community Broedplaats Contact met een theater en interactieve ruimte waar bijvoorbeeld ook gemeente Amsterdam gebruik van maakt. En in Groningen heeft Royal HaskoningDHV een bestaand gebouw omgetoverd met medehuurders en daarin een hal vol ontmoetingsplekken en co-creatieplekken voor anderen. Als je de ruimte hiervoor niet creëert, dan kun je die co natuurlijk ook wel vergeten. 

Inspiratie

Het belang van co-creatie: “Je doet de dingen niet meer in je eentje, je wordt geïnspireerd omdat je in contact staat met anderen. En dit is ook nodig voor de complexe opgaves in de samenleving van vandaag. Je hebt ontmoetingen tussen mensen nodig om tot volgende stappen te komen. In die toevallige ontmoetingen gebeurt het onverwachte. Natuurlijk dragen geplande samenwerkingen, sessies en digitale verbindingen ook bij. Maar voor mij – en ik hoor dat veel mensen deze ervaring hebben – leveren juist die toevallige ontmoetingen veel inspiratie en nieuwe ideeën op.” 

Delen

Ruimte delen is niet alleen kostenbesparend – als dat je overweging al moet zijn – maar is vooral duurzaam. Je kunt niet drie keer een ruimte claimen, én de stilteruimte, én een flexplek, én een vergaderruimte. Diezelfde ruimte kun je ook delen, meervoudig ruimtegebruik noemt Ellis dat. Niet door de plekken vol te proppen, maar door de ruimte goed in te richten, passend bij de activiteiten van de organisatie en de mensen. En dit principe kun je ook toepassen voor onderwijs en onderzoeksruimten. De TU Delft heeft dit bijvoorbeeld goed ingevuld met haar onderwijsgebouw Pulse. Als er geen les wordt gegeven kunnen de studenten onderwijsruimten gebruiken voor zelfstudieplekken.

Campuskansen

Ellis ziet bijzonder veel co-creatiekansen op een campus. De solide basis van een universiteit, de stad die er vaak dicht tegenaan zit en de verscheidenheid aan doelgroepen. Diverse kennisintensieve bedrijven zien dat ook zo. Denk aan Unilever met hun researchcentrum op de campus van de Universiteit in Wageningen. Ook op de TU Eindhoven plaatsen bedrijven hun lab en zij laten de onderzoekers er direct gebruik van maken. Delen in plaats van eigendom. Dat levert kruisbestuivingen op en dan kun je je samen meer veroorloven. Slim. 

“De campus is veel meer een onderdeel van de stad, van het stedelijk weefsel. VU Amsterdam is daar ook zo’n mooi voorbeeld van. Zij maken onderdeel uit van de Zuidas.  Dat mensen elkaar daar tegenkomen kun je ten volle benutten. Er ontstaan start-ups die contacten hebben met bedrijven en onderzoekers. Voor innovatie is de interactie tussen mensen en verschillende partijen nodig.” 

Fysiek-digitaal

Maar al dat fysieke samenkomen, is dat nog wel toekomstbestendig? “Ik geloof in fysiek en digitaal”, zegt Ellis. “Kijk naar Urban-Innovators, dat is een virtueel platform. Beide even belangrijk. Digitaal en fysiek gaan elkaar versterken en verbinden. Daar gaat techniek in helpen.” Ze neemt haar pubers als voorbeeld, die kunnen met apps zien waar hun vrienden zitten. En zo kunnen studenten ook checken of hun peers op de campus zitten. “De fysieke omgeving draagt echt bij om je verbonden te voelen met je organisatie en community en dat is van belang om succesvol te zijn voor die organisatie. Die verbinding, jij moet affiniteit met de purpose van de organisatie voelen, daar moet je je happy bij voelen. De cultuur van die organisatie, de visie waar ze naartoe willen. Die match moet er ook zijn.”