Fysieke omgeving verantwoordelijk voor armoede

Duurzaamheid
Ruimtelijke ontwikkeling
Peter G. de Bois
Architect-Urban Designer
05 april 2022

Armoede wordt in stand gehouden omdat er te vaak alleen sociaal geld rondgepompt wordt, terwijl het fysieke domein aangepakt moet worden. “We sluiten zo mensen uit”, zegt ir. Peter G. de Bois, MSc. Nu vererven we de armoede. Laat de elite hun kennis, kunde en middelen delen om zo de zelfredzaamheid van iedereen te vergroten. Want het meest schrijnende is nu dat we kinderen in ‘achterstandswijken’ geen perspectief bieden.

Acht jaar geleden, tijdens de selectie voor de RvC van een middelgrote woningcorporatie in het Groene Hart, werd hem gevraagd: Wie is Peter? Zijn cv is op zijn minst indrukwekkend te noemen. Over de hele wereld heeft hij gewerkt aan het oplossen van problemen in grootstedelijke achterstandswijken. “In heel Europa, Rusland, Noord-Afrika, de favela’s van Rio de Janeiro en de meest extreme new towns in Korea. Je vraagt je af: Waarom doen we dit zo? Waarom sluiten we op die manier mensen uit van toegang tot een woon- en leefperspectief dat waarde heeft?” Hij is adviseur en stedenbouwkundige, gespecialiseerd in stedelijke vitaliteit als voorwaarde voor sociaal maatschappelijke waardecreatie. Dat laatste is de essentie. Maar goed, Peters cv zegt veel, niet alles: “Acht jaar geleden antwoordde ik: Ik ben vanbinnen een heel gelukkig mens.” En vandaag de dag is Peter nog steeds gelukkig, maar na acht jaar in de woningcorporatiewereld maakt hij zich wel grote zorgen, maatschappelijke zorgen... 

Transitie

“We zitten in een enorm belangrijke transitiefase. Het is ongelooflijk wat er plaatsvindt. Kijkend naar technologie: the sky is the limit. We duiken steeds verder in de kennis over ons lichaam en die over de essentie van de systemen waarvan we een onderdeel zijn. We komen steeds dichter bij vormen van innovatieve energievoorziening die we over 80 jaar gebruiken.” Volgens Peter komt er enorm veel denk- en ontwerpkracht vrij bij iedereen die deze noodzakelijke transitie wil realiseren. Maar al die transitiekansen hebben ook een keerzijde.

Ketens

“Ik probeer de discussie met betrekking tot de transitiewaarden altijd te richten op hun  ketenrelaties, want noodzakelijke veranderingen komen uit keteninnovaties. Onze samenleving heeft ook een ketenrelatie, die gaat over wonen, werken, samenleving, dat is de keten van burgers. In toenemende mate verliezen burgers hun grip op die ketens.” Iedereen maakt onderdeel uit van een systeem van individuele belangen. Het mooist zou zijn als onze individuele belangen worden verbonden met de collectieve van onze samenleving. 

Zelfredzaamheid

In achterstandswijken in Nederland wordt gestuurd op zelfredzaamheid. “Maar,” zegt Peter met een nadenkende blik, “wat als er niets te redden valt?” Zelfredzaamheid valt namelijk samen met de toegang tot middelen en instrumenten waarmee je een vrij en comfortabel leven kunt organiseren voor jezelf en je nageslacht.

Hoogdynamisch

In een hoogdynamische samenleving heb je twee soorten gedrag, blijkt. De mensen met middelen – denk aan geld, tijd en kennis – kunnen daarin exploreren zonder dat het hen in hun kernidentiteit beperkt. Zij kunnen meebewegen op de golven van de tijd: volle kracht vooruit! Anderzijds zijn er mensen die zich door gebrek aan maatschappelijke middelen en het gemis van perspectief in diezelfde kernidentiteit bedreigd voelen door de tijd, zij consolideren. “Angst voor falende maatschappelijke verandering blijkt niet altijd onterecht te zijn.” Het liberale systeem heeft niet voor iedereen goed uitgewerkt, het heeft onze samenleving zowel sociaaleconomisch als fysiek ruimtelijk gefragmenteerd.” Misschien zijn we er wat op vooruitgegaan, maar als je de thermometer nu in ‘de samenleving’ zou steken, dan is er wat maatschappelijke waarde betreft nog veel te halen.  

Een mooi voorbeeld vindt Peter dat de directeur van de ING bank twee miljoen meer wilde verdienen en dat in de RvC legitimeerde als: “Dat is in deze branche gebruikelijk.” Lang verhaal kort, de stakeholders kwamen in opstand. “Natuurlijk, dat is in het eigen belang, maar wel gekoppeld aan voortschrijdend inzicht over collectieve maatschappelijke belangen.” Precies zoals Peter dat graag ziet. De kanteling is gaande. Data is debet aan dit fenomeen, want daardoor worden de consequenties van ons handelen, van onze processen, sneller inzichtelijk gemaakt. De samenleving pikt niet meer alles. Banken, bedrijven, zodra die omvallen: wie betaalt de uiteindelijke rekening? Juist, de samenleving.  

Schermafbeelding 2022-04-05 om 10.21.56
Afbeelding 1: De prijs van het adopteren van een a-generieke planning is hoog

Elite in beweging

“De groep met status, de elite van vandaag, zou invloed moeten uitoefenen op de kwaliteit van de waardeketen van de samenleving.” Volgens Peter moeten we deze groep verbinden aan onze collectieve opgave en in beweging brengen. “Zij kunnen bijdragen aan een samenleving van veiligheid en comfort voor iedereen.” Dus elite – of dat nou op financieel gebied is of op het gebied van ondernemerschap – pak je verantwoordelijkheid, wordt mede-eigenaar van deze transitie en deel je inzichten en opvattingen! Het kan niet zo zijn dat je al je talenten en bezit inzet voor je eigen lol en plezier, is de mening van Peter. 

Democratisch gevaar

Als wij daarin als samenleving falen, wordt ongelijkwaardigheid het grootste gevaar voor onze democratie. Peter haalt Thomas Piketty aan. “Wonen en werken zou voor iedereen in onze samenleving comfortabel moeten zijn. In Nederland woont 35% in een sociale woning en gezien de groei van armoede en de vele zzp’ers zal dat toenemen. We bouwen op dit moment woningen die goed zijn: BENG, nul op de meter. Maar het merendeel van de bestaande sociale woningen betreft de goedkoopste woningen op de markt. Met betrekking tot vastgoed is het een graadmeter die keihard is. Niet alleen de woningen, ook de wijken hebben veel minder ruimtelijke kwaliteit en leefbare inhoud en dragen bij aan die vererving van armoede.”

Om dit te duiden komt Peter met het voorbeeld van Amsterdam-Zuid, de wijk van Berlage. Een wijk die zomaar 500 jaar mee kan. De stedenbouwkundige opzet is subliem. “De hele opzet, de verbondenheid met het totale stedelijke gebied, toegankelijkheid en programmatische flexibiliteit, kan eindeloos meegaan.” Een stedelijke typologie die vitaal en duurzaam is. Vergelijk je dat met de vele naoorlogse wijken en new town in binnen- en buitenland, dan is dat noch vitaal, noch duurzaam. “Te enkelvoudig, niet flexibel, nauwelijks ruimtelijke kwaliteit, wel veel groen. Maar wat heb je aan groen als er geen gebruiksintensiteit is en in de nabijheid geen voorzieningen zijn om economische business te initiëren?” Helaas stamt veel sociale woningbouw juist uit deze tijd. 

Schermafbeelding 2022-04-05 om 10.28.57
Afbeeding 2: De benchmark van on-gelijkheid

Kleine beurs

Het naoorlogse concept om mensen met een kleine beurs bij elkaar te concentreren is een slechte keuze gebleken. Peter legt uit waarom: “Dat concept is gunstig voor het doorgeven van armoede. Alle problemen doen zich daar, in weerwil van goede intenties van iedereen, in hoge mate voor: meer eenoudergezinnen, meer criminaliteit onder jeugd, meer schoolverlaters, slechtere talentontwikkeling, meer ziekte, meer ouderdomsproblemen ... Maar het meest schrijnende is dat daar kinderen worden grootgebracht met een slecht perspectief!”  

Het is tijd dat we als samenleving de handschoen oppakken en onszelf afvragen: We willen en moeten veranderen, hoe gaan we dit doen? Want als we kijken naar de politiek in Den Haag; daar hebben ze slechts kort de tijd om zetels warm te houden. In vier jaar kun je nauwelijks iets constructiefs bedenken voor problemen die vragen om een langeretermijnoplossing. “Dat vier-jaren-concept werkt niet meer”. Rek de termijn op naar acht jaar, stelt Peter voor. “Je vraagt kwaliteit, geef dan ook de tijd en de middelen.” 

Wet- en regelgeving

Volgens Peter loopt op dit moment de wet- en regelgeving enorm achter op zowel de innovatiekracht van de samenleving als het dagelijks leven. “Uiteraard is het de taak van onze regering continuïteit aan te brengen in de samenleving door middel van wet- en regelgeving, maar vanwege de hoge dynamiek, grote transitie en innovatie-opgave in een tijdbestek van enkele decennia is zowel het politieke bestel als de wet- en regelgeving contraproductief. Wet- en regelgeving is niets anders dan het vastleggen van individuele belangen in een collectief domein en visa versa.” 

Arena

Bij het verankeren van alle verschillende belangen hoort ook het aanpassen van wat we vandaag de dag niet meer zo belangrijk vinden. “Die belangenverandering, daar zit de crux. Dat is een politieke keuze.” Maar die keuzes worden gemaakt door individuele politici met hun eigen beeldvorming in de politieke arena. “Letterlijk een arena in plaats van een plek waar mensen op basis van hun mandaat nadenken over het algemene belang van de samenleving. Interpretatieverschillen zijn belangrijk voor de meningsvorming, maar de bandbreedte daartussen is nu zo groot dat alleen de linker- en rechterzijde met elkaar in gesprek zijn. De maatschappelijke fragmentatie blijkt een goede voedingsbodem voor polarisering in de samenleving.” In vier jaar tijd bouw je helaas geen steden, laat staan een samenleving.

Als politieke slagkracht uitblijft, springen andere niet-politieke partijen in het gat en dat gaat ten koste van ons maatschappelijk kapitaal en dus ons comfort ... Resumé: neem je eigen verantwoordelijkheid voor collectieve maatschappelijke waarde. 

Corporaties gegijzeld

Als 35% van de bevolking woont in sociale huurwoningen, waarom worden corporaties dan nog steeds vanwege eerdere financiële perikelen gegijzeld, vraagt Peter zich af. Kan daar zo langzamerhand niet een streep doorheen? De leefbaarheidsproblemen in corporatiewijken vraagt namelijk om veel meer acties van corporaties dan sec woningen bouwen en onderhouden. 

“Het vraagt om een breed gedragen aanpak en stelt eisen aan betrokken stakeholders, zoals zorg-, energie- en bouwketens en gemeentelijk apparaat. Wil je voldoen aan de maatschappelijke vraag en tegelijkertijd kwaliteit realiseren, dan moeten we keihard aan het werk.” 

De verbetering van corporatiewijken is geen eenvoudige opgave. “In Rotterdam-Zuid en Amsterdam-West wordt hard nagedacht over hoe nu de vitaliteit en de leefbaarheid via de fysieke ruimtelijke kwaliteit kan worden verbeterd. Er is voor honderden miljoenen aan sociaal geld in gestopt. Fantastisch, misschien is het leefbaarder geworden achter de voordeur, maar dat geldt niet voor de wijken. 

Stel je voor dat je iets wilt ondernemen in je wijk, probeer maar eens een plek te krijgen. “Stedelijke vitaliteit vereist kwaliteit van het stelsel van publieke ruimten, dat waarden creëert voor wonen en werken.” Mensen, de fietsenmaker moet weer terug in de wijk! Kijk bijvoorbeeld naar ‘werken in de wijk’ van Kanaaleiland in Utrecht. Een wijk met economische activiteiten die haar lokale samenleving een perspectief biedt. Allerlei onderzoek wijst inmiddels uit dat het hier niet gaat om onwil, maar om een verkeerd functionerend stedelijk systeem. 

>> “Het ontbreken van waardecreatie in achterstandswijken en -buurten vereist een verbetering van het fysieke ruimtelijke systeem van die wijken en buurten. Zit dat niet goed in elkaar, dan kun je er zoveel geld in stoppen als je wilt, maar zal het niet de noodzakelijke sociaaleconomische waardecreatie genereren.” <<