Energietransitie als kans voor meer vertrouwen

BLOG
Beleid & advies
Duurzaamheid
Projectmanagement
Arno Uijlenhoet
Bestuurskundig Adviseur bij Uijlenhoet Public Consulting
22 mei 2021

De plaatsing van windmolens en zonneweides leidt in het landelijk gebied geregeld tot aanvaringen tussen initiatiefnemers, omwonenden en de overheid. Arno Uijlenhoet, bestuurskundig adviseur en bestuurder van onder andere een lokale energiecoöperatie, pleit daarom voor een omslag in het denken. “Ga uit van vertrouwen, betrek als gemeenten burgers bij de uitwerking van klimaat- en energiebeleid en geef hen vroegtijdig zeggenschap over de ontwikkeling en exploitatie van zonne- en windprojecten.”

Nederland staat voor de taak om snel over te schakelen van fossiele naar duurzame energie. Want ons land loopt flink achter op de rest van Europa en op zijn eigen doelstellingen. Maar windmolens en zonneweides op het platteland stuitten op steeds meer weerstand. Volgens Arno Uijlenhoet is dat niet zo verwonderlijk. “Heel vaak voelen omwonenden zich niet gehoord.”

Impact

Omwonenden worden meestal pas betrokken op het moment dat het initiatief voor een zonneweide of windmolenpark al in een gevorderd stadium is, stelt de bestuurskundig adviseur. “Een moment waarop ze vaak alleen nog maar een tegengeluid kunnen laten horen. Dat voelt slecht en doet geen recht aan de impact die zo’n project heeft op het landschap. Dat moet en kan anders.” Het zijn stevige uitspraken die Uijlenhoet doet, maar vanuit zijn werkervaring, ook als wethouder en statenlid, kent hij deze situaties van nabij.

Ontspannenheid

Voor die andere aanpak is volgens Arno wel politieke, bestuurlijke en ambtelijke moed, of liever gezegd, ontspannenheid nodig. Niet meegaan in slachtofferschap, klimaatcynisme of ontwijkingsgedrag, zegt hij, maar wel helder zijn over de doelen en het proces. “Dus enerzijds niet tornen aan de afgesproken klimaatdoelen én anderzijds omwonenden en andere belanghebbenden echt zeggenschap geven over de ontwikkeling van projecten. Daar hebben zij recht op. Het voelt misschien contra-intuïtief, maar juist nu we het tempo van de energietransitie opvoeren, moeten we dit proces democratiseren. Dat is de beste garantie om de klimaatdoelen van 2030 te halen.”

Noodzaak

Dat het klimaat door ons toedoen verandert, daaraan twijfelt eigenlijk niemand meer, stelt Arno, en over de afgesproken ambities voor CO2-reductie is ook relatief weinig discussie. “TNO heeft ons voorgerekend dat we, naast windparken op zee en meer zonnepanelen op daken, ook windmolens en zonneweides op land nodig zullen hebben, maar dan wel zo dat die recht doen aan het landschap en de omwonenden.” Maar hoe doen we dat? Hoe democratiseren we het proces van de energietransitie terwijl dit al volop gaande is?

Regie voor gemeenten

Allereerst moeten gemeenten de regie in handen nemen, zegt Arno. Met als doel om alle belanghebbenden en de eigen inwoners zo goed mogelijk te laten participeren en het eigenaarschap van de projecten zo lokaal mogelijk neer te leggen. “In de huidige aanpak kunnen burgers participeren in de uitvoeringsfase, maar dat zou aan de voorkant, bij het uitwerken van het beleid, al kunnen gebeuren. Een gemeente of regio zou idealiter met bewoners om de tafel moeten gaan in een transparant proces waarin vier dingen vast staan: bewoners bepalen welke soort energieopwekking er in een gebied komt (windmolens en/of zonnevelden), waar die komt, hoe die in het landschap wordt ingepast en tot slot hoe de opbrengsten worden verdeeld.” 

Foodvalley

Een voorbeeld van zo’n uitzondering op het gangbare proces ziet Arno in de Gelderse regio Foodvalley, het gebied tussen Nijkerk en Wageningen. Daar hebben burgers een adviserende stem in het regionaal bestuurlijk platform via een burgerforum. “Zo komt het bredere burgerbelang in beeld naast de specifieke belangen van bedrijven, woningcorporaties, de land- en tuinbouworganisatie, milieuorganisaties en energiecoöperaties.”

Vormen van participatie

In Arno’s opvatting kan de vorm van beleidsparticipatie voor burgers variëren, afhankelijk van de lokale situatie: van puur informeren tot co-produceren, met daartussenin nog raadplegen en adviseren. “In haar rapport ‘Betrokken bij Klimaat’ pleitte de commissie Brenninkmeijer onlangs voor het burgerforum als aanvullende vorm van burgerparticipatie. Daarbij krijgen burgers een consulterende en adviserende rol richting de gemeenteraad. Dat is een goede insteek.”

RES

We zitten op dit moment wel met een forse uitdaging, vertelt Arno: voor participatie in de Regionale Energiestrategieën (RES) is het kort dag. Elke regio moet zijn eerste plan (RES 1.0) al op 1 juli bij het Rijk hebben ingediend. Desondanks pleit hij ervoor om, wanneer dat nog niet is gebeurd, burgers zo voortvarend mogelijk bij de RES te betrekken. “En dat vanuit de overtuiging dat plannen dan gewoon beter en meer gedragen worden. De input kan mogelijk nog in de RES 1.0 worden meegenomen, maar is zeker nuttig voor de meer structurele participatie bij de actualisering van de RES in de komende jaren.”

Rondetafelconferentie

De bestuurskundig adviseur vindt het belangrijk dat we ons realiseren dat we pas aan het begin van een transitieperiode staan. En dat de RES bovendien een levend document is met veel keuzeruimte voor de invulling van zoekgebieden en fasering in de tijd. Als concrete start-aanpak denkt hij aan een online rondetafelconferentie met geïnteresseerde burgers en voor- en tegenstanders. “Deze werkvorm kan vervolgens worden doorontwikkeld naar één van de eerder genoemde vormen van participatie.”

Gebiedsgerichte aanpak

De energietransitie bevindt zich volgens Arno in een cruciale fase, en hij ziet die transitie niet snel slagen als het proces niet wordt gedemocratiseerd. Maar bovenal ziet hij de energietransitie als onderdeel van een grotere uitdaging. “De schaarse ruimte in Nederland wordt behalve voor energie ook geclaimd voor waterberging, wegen, woningbouw, natuur en landbouw. Daarom is een integrale gebiedsgerichte aanpak nodig. Burgerparticipatie zou je daarom ook vanuit die brede ruimtelijke invalshoek moeten organiseren. De introductie van de Omgevingswet biedt hier goede aanknopingspunten voor.”

Bredere waarde

En bij dat alles gaat het naar zijn idee om een omslag in denken. “Bij de uitreiking van het boek Energietransitie als gebiedsontwikkeling, een tijdje geleden, gebruikte Herman Tjeenk-Willink niet voor niets het woord paradigmawisseling. Zijn vraag was: ‘Zien we ons landschap slechts vanuit privaat perspectief, gericht op kortetermijnwinst, of zien we het als een gedeelde waarde, als leefomgeving voor mensen en als habitat voor plant en dier?’ Vanuit dat laatste perspectief biedt de energietransitie een kans om aan die bredere waarde nieuwe vorm en inhoud te geven. Een kans voor meer vertrouwen tussen overheid en burger en voor meer vertrouwen in een democratische en duurzame toekomst. Laten we onze schroom afwerpen en de dialoog aangaan. Dit is het moment.”