Duurzaamheidswinst uit de constructie

BLOG
Duurzaamheid
Lonneke van Haalen
Constructeur bij ABT
24 juni 2021
Corné Hagen
Constructeur bij ABT
24 juni 2021
De gebouwde omgeving heeft een fors aandeel in de klimaatverandering - en de helft van het materiaal in een gebouw bestaat uit de constructie. Vanuit dat besef onderstrepen Corné Hagen en Lonneke van Haalen van ingenieursbureau ABT de essentiële rol die constructeurs hebben in de verduurzaming van de bouw.

Het imago van constructeurs is lange tijd gedomineerd door het idee dat deze beroepsgroep zich beperkt tot cijfers, krachtenberekeningen en materialen. De laatste jaren is daarin wel het een en ander veranderd, aldus Corné Hagen en Lonneke van Haalen van ingenieursbureau ABT uit Velp. Bij hen worden die traditionele kwaliteiten in elk geval aangevuld met een sterke drive voor duurzaamheid.

Bij constructeur projectleider Lonneke ontwikkelde die drive zich ongeveer tien jaar geleden, aan het eind van haar studie bouwkunde aan de TU Eindhoven: “Tot die tijd stond bij duurzaamheid altijd energie centraal, nu drong het besef door dat ook materiaal veel impact heeft op de CO2-uitstoot. Dat besef is belangrijk voor mij in mijn werk.” Constructeur Corné is naar eigen zeggen “altijd enthousiast over nieuwe dingen. En dus ook over duurzaamheid, omdat daarin zo veel te winnen, te ontdekken en te veranderen is. En ik merk dat de circulaire gedachte ook privé doorwerkt, bijvoorbeeld ook bij het aankopen van verschillende nieuwe spullen.”

Verantwoordelijkheid

Binnen de kennisgroep constructie van ABT, die zich vooral richt op utiliteitsbouw, kreeg Lonneke in 2014 de vrijheid om zich samen met een collega te concentreren op de milieu-impact van constructies. Door dat onderzoek werd ze zich meer bewust van de verantwoordelijkheid van haar beroepsgroep. “Vijftig procent van al het materiaal in zo’n gebouw wordt gevormd door de constructie. Op dit terrein valt dus ook heel veel duurzaamheidswinst te behalen. En naar mijn idee realiseert nog niet iedereen in de bouw zich dat voldoende.”

Nieuwbouw

Duurzaamheidswinst is onder meer te halen in nieuwbouw, vertelt Corné. “Eerst ging het vooral om zo slank mogelijk ontwerpen, nu ook om welk materiaal je inzet.” In een project wordt daarbij gebruikgemaakt van een door ABT ontwikkelde milieu-impact-monitor (MIM). Dit is een plug in voor Revit-modelleersoftware waarmee de milieu-impact van de verschillende materiaalopties meteen helder wordt. Op basis daarvan doen Corné en zijn collega’s suggesties voor optimalisatie. 

Keuzes

Binnen een gekozen materiaaloplossing blijven er nog verschillende opties over, vertelt Lonneke. Een van de nieuwe duurzame materialen voor nieuwbouw is alkalisch geactiveerd beton, ter vervanging van cement, dat veel CO2-uitstoot oplevert. “Ook bij staal is er een hele bandbreedte aan opties,” vertelt ze. “Nieuw of gebruikt staal bijvoorbeeld. Staal uit Azië of juist duurzamer geproduceerd staal uit Europa, met kortere aanvoerlijnen. Ook hout is vaak geschikt als constructiemateriaal. Daarbij kun je ook kijken naar de mogelijkheid van hergebruik.” Beide constructeurs benadrukken dat er in een ontwerp altijd wordt gekeken hoe de materialenkeuze past in het totaalplaatje en het wensenpakket van de opdrachtgever. “Het gaat nooit puur om het materiaal zelf,” vult Corné aan.

Gesprek

Het kan ook voorkomen dat een opdrachtgever of architect bij een bepaald ontwerp een specifiek materiaal voorstelt, bijvoorbeeld hout bij een hoge toren met grote overspanningen. Lonneke: “Aan ons dan de taak om in gesprek met de opdrachtgever het ontwerp te optimaliseren, bijvoorbeeld door te laten zien hoeveel constructiemateriaal dat eerste ontwerp vraagt. En om vervolgens goede voorstellen te doen om met minder milieu-impact toch de gewenste functionaliteit te realiseren.”

Losmaakbaarheid

Een andere manier om impact te verkleinen is ontwerpen op losmaakbaarheid. Met andere woorden: een constructie zo ontwerpen dat de delen ervan gemakkelijk kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt. Corné: “Dat betekent: de traditionele standaardoplossingen loslaten en zo veel mogelijk vervangen door circulaire. En proberen daarin de andere partijen mee te krijgen.”

Bestaande bouw

Ook bij de herontwikkeling van bestaande bouw is er veel potentie voor verduurzaming, merken ze bij ABT. Bijvoorbeeld bij een oude fabriek die een tweede leven krijgt als wooncomplex. Lonneke: “Sloop is altijd de laatste optie. We streven naar maximaal waardebehoud voor materialen. We werken daarin bijvoorbeeld samen met de Universiteit van Utrecht. Daar leeft de circulaire gedachte heel sterk. Met hen doen we intensieve haalbaarheidsonderzoeken om gebouwen in hun geheel of in onderdelen te hergebruiken.” 

Inventarisatie balken

Corné werkt momenteel aan het herontwikkelingsproject Convict en Kapel in Amsterdam. “Dit voormalige klooster wordt getransformeerd tot conservatorium met praktijklesruimtes,” vertelt hij. “Dat betekent onder meer dat we bedenken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de vloeren meer gewicht kunnen dragen dan waar ze oorspronkelijk op berekend waren. Ook kijken we naar de materiaalstromen. Zo heb ik een paar weken geleden inzichtelijk gemaakt hoeveel hout alle dakbalken in totaal opleveren. Vervolgens maken we een plan hoe we zoveel mogelijk daarvan kunnen hergebruiken, zodat er zo min mogelijk nieuw hout nodig is.”

Ontwerpen voor flexibiliteit

Lonneke geeft een ander voorbeeld van hoe de constructie kan helpen de milieu-impact van materialen te reduceren. Flexibiliteit is daarbij het sleutelwoord. “Gebouwen veranderen steeds sneller van functie. Door zo te ontwerpen dat ze die functieverandering aankunnen, kan de levensduur van het gebouw worden vergroot. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een extra sterke constructie die in de toekomst andere functies mogelijk maakt, zoals een extra verdieping of extra uitsparingen in vloeren of wanden.”

Ambities

In de praktijk ervaren de twee constructeurs dat de duurzame ambities van de verschillende opdrachtgevers sterk uiteenlopen. Wanneer een opdrachtgever weinig duurzame ambities heeft, proberen ze die partij toch warm te maken om stappen te zetten. Bijvoorbeeld door in te zetten op een langere levensduur van het gebouw, wat zich gemakkelijk laat vertalen naar financiële voordelen.

Begin tot eind

Beide constructeurs denken het liefst van begin tot eind mee in een project. “Dat is voor onszelf het meest bevredigend vanwege de verschillende werkzaamheden,” zegt Corné. “Bovendien is onze meerwaarde als constructeurs in zo’n situatie het grootst en kan er ook de meeste duurzaamheidswinst worden geboekt. Dat is natuurlijk het ideaal.”

Neuzen dezelfde kant op

Kijkend naar de huidige ontwikkelingen zien Lonneke en Corné de grootste uitdagingen voor verduurzaming niet in de technische aspecten. Lonneke: “We weten genoeg. De uitdaging zit in het proces. De neuzen van alle betrokken partijen moeten dezelfde kant op, bij alle betrokken partijen: gemeentes, ontwikkelaars, architecten, aannemers, installateurs - én constructeurs. Maar als je dat eenmaal hebt, ja, dan kun je met het juiste team enorm veel bereiken.”