Driemaal is scheepsrecht

BLOG
Duurzaamheid
Ruimtelijke ontwikkeling
Trees van der Schoot
Eigenaar Van der Schoot Advies
13 september 2021
De Omgevingswet is een grote kans om de kwaliteit van onze leefomgeving eindelijk echt te gaan beschermen. Dat is de stellige overtuiging van adviseur ruimtelijke ordening en duurzaamheid Trees van der Schoot. Gemeenteraden kunnen daarbij een cruciale rol spelen. “Maar dan moeten ze die ruimte wel pakken.”

“Eindelijk.” Dat dacht Trees van der Schoot in 2014 toen de contouren van de Omgevingswet zichtbaar werden. Sinds 1996 was ze al actief als zelfstandig adviseur ruimtelijke ontwikkeling voor diverse gemeenten en andere partijen. Ze zag twee eerdere pogingen van de wetgever om de leefomgeving via de wet beter te beschermen in de praktijk niet uit de verf komen. “Ik ben opnieuw hoopvol,” zegt Trees. “Er waait een andere wind. Nog nooit waren zoveel mensen met duurzaamheid bezig. Zowel burgers als ontwikkelaars. De overheid kan daarin meegaan. Dat kan met de Omgevingswet.”

Groen hart

Trees’ kijk op de nieuwe wet komt niet alleen voort uit de veranderde tijdgeest, maar ook uit haar eigen groene hart. “Ik ben daar altijd mee bezig geweest. Toen ik na mijn studie milieurecht in de praktijk terecht kwam, in de jaren 90, vond ik dat eerlijk gezegd een afknapper. Het bleek er vooral om te gaan de grenzen van het milieu en de natuur zo ver mogelijk op te rekken, om economische activiteiten mogelijk te maken. Dat had ik me anders voorgesteld.”

Sturen op doelen

Een belangrijk element van de Omgevingswet, zegt Trees, is dat voor het eerst doelen zoals duurzame ontwikkeling en verbetering van het leefmilieu in de wettekst zelf zijn vastgelegd. “Bovendien gaat de overheid met betrekking tot de fysieke omgeving werken volgens de zogenoemde beleidscyclus: beleidsontwikkeling, -doorwerking, -uitvoering en terugkoppeling. In die cyclus zijn de doelen sturend en de regels vooral instrumenten om die doelen te bereiken. Dat is voor de praktijk bij de overheid  een grote verandering. De overheid moet veel meer op zoek naar de juiste ‘instrumentenmix’ om de doelen ook echt te bereiken.”

Bijsturen in plaats van toetsen

De Omgevingswet gaat uit van een blijer mensbeeld dan de eerdere wetten, zegt Trees. Mensen zijn straks zelf verantwoordelijk via zorgplichten. De verwachting is dat mensen zich die zorg meer aantrekken als ze eerder bij besluiten worden betrokken en een positieve grondhouding bij de overheid aantreffen wanneer ze zelf met ideeën en initiatieven komen. “In de oude situatie toetste de gemeente nieuwe initiatieven aan de bestaande regels. Paste het daar niet bij, dan volgde een ‘nee’. Nu is de bedoeling dat de gemeente kijkt hoe ze een initiatief kan bijsturen om er ja op te kunnen zeggen. Dat is een fundamenteel andere houding.” 

‘Ronde hal met deurtjes’

Als adviseur merkt Trees dat er nog wel wat uitleg over de Omgevingswet nodig is. De nieuwe wet komt tenslotte in de plaats van in totaal 26 bestaande wetten over de fysieke leefomgeving. “Ik stel de Omgevingswet vaak voor als een grote ronde hal met verschillende deurtjes die toegang bieden tot kleinere zalen. In de hal bevinden zich de doelen en principes, in de zaaltjes de specifieke onderwerpen, bijvoorbeeld Erfgoed of Natuur. Bij elk initiatief begin je in de grote hal, gaat dan door een deurtje naar een specifieke zaal en keert vervolgens terug naar de hal.”

Mensenwerk

Uitleg is volgens Trees ook nodig omdat omgevingsbeleid “uiteindelijk mensenwerk is. Het is belangrijk dat iedereen de gedachte achter de wet begrijpt en vervolgens ook zijn of haar rol daarin oppakt. Niet alleen bestuurders en ambtenaren, maar ook gemeenteraden, bedrijven en burgers.” Vooral de gemeenteraad heeft in Trees’ ogen een cruciale rol. “De Omgevingswet geeft volksvertegenwoordigers de mogelijkheid om de ontwikkeling van de fysieke omgeving in de gemeente in hoge mate te sturen.” 

Beleidsinstrument Programma

Een belangrijk, maar vrij onbekend middel dat gemeentebestuurders daarvoor kunnen inzetten is het beleidsinstrument Programma. “Een Programma kan betrekking hebben op een kleiner gebied en is daardoor een stuk concreter dan een Omgevingsvisie, dat een tamelijk abstract stuk op hoofdlijnen voor de gehele gemeente is. Met een Programma kan de gemeente via participatietrajecten informatie ophalen bij inwoners op een schaalniveau dat mensen meer aanspreekt. Daarmee kunnen ze het beleid of de plannen verbeteren. Maar in tegenstelling tot een Omgevingsvisie is een Programma juridisch niet verplicht. De Raad en het college moeten langs politieke weg of op een informele manier regelen dat de raad erbij betrokken is. Die ruimte moeten ze zelf pakken.”

Voorbeelden

Inspirerende voorbeelden ziet Trees onder meer bij de provincie Gelderland en de stad Utrecht, die allebei doelen hebben gesteld op het gebied van gezondheid. In Hoeksche Waard zag ze hoe door inzet en samenwerking van individuele bestuurders en bedrijven een circulair gebouwde multifunctionele wijkaccommodatie tot stand kwam. “Dit soort ontwikkelingen laat zien dat de Omgevingswet perspectief biedt. Als je de mogelijkheden ervan maar benut.”

Overgangsperiode

In de afgelopen jaren heeft Trees in totaal zo’n zeventig gemeenteraden en andere groepen getraind op het gebied van de Omgevingswet. Ook draagt ze haar visie op de toepassing van de wet uit in verschillende boeken, zoals Werken in de geest van de Omgevingswet, waarvan dit jaar een herziene editie verscheen, en De gemeenteraad en de Omgevingswet. “We zitten in de overgangsperiode,” zegt ze. “De Omgevingswet in de praktijk is voor alle partijen nog een zoektocht. Heel spannend hoe het uitpakt. Driemaal is scheepsrecht.”