Door schade en schande waterwijs

BLOG
Duurzaamheid
Kees van Leeuwen
Principal Scientist bij KWR Water Research Institute
28 april 2021

Worden de grote problemen door de politiek onder het kleed geschoven? Terwijl iedereen praat over corona, voltrekt zich een klimaat- en biodiversiteitsramp die zijn weerga niet kent. En water speelt hierin een centrale rol. Een pleister plakken en een kusje op de zere wond voldoen niet meer, het is tijd voor een sluitende diagnose. Het is tijd om de problemen grondig aan te pakken.

“Toen ik 52 was, kreeg ik pensioen bij de Europese Commissie, ik hoef al 14 jaar niet meer te werken, maar ik doe het nog wel.” De inmiddels 66-jarige Kees van Leeuwen, principal scientist bij KWR Water Research Institute en hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht (UU), heeft helemaal geen tijd om met pensioen te gaan. “Ik maak me ongelooflijk zorgen. Ik heb drie kleinkinderen en vraag me af: hoe ziet hun toekomst eruit? Wat ik zie gebeuren is dat veel van de rekeningen van boomers – waaronder ikzelf – worden doorgeschoven naar onze kinderen en kleinkinderen.” Kees noemt de klimaatrekening, de biodiversiteitsschuld, de milieukwaliteitsschuld, de gebrek-aan-ruimteschuld en de oplopende rekening van de staatsschuld. Voor hem reden om met zijn collega Stef Koop en veel studenten van het Copernicus Instituut van de UU hard te werken om het tij te keren. Bij KWR houdt hij zich al 10 jaar bezig met water in de stad. “Wat ik heel leuk vind, want ik kan onderzoek doen met studenten, die mij inspireren.” 

Waterleven 

“Ik houd van alles wat met water te maken heeft, schaatsen, skiën, snorkelen, duiken, vliegvissen.” Lachend gaat hij verder: “Ik ben ook een vis qua sterrenbeeld.”  

“Water doorspekt mijn leven. Ik denk dat het stamt uit mijn kinderjaren.” Kees vertelt over een Solextocht, hij is vijf jaar oud en zit achterop bij zijn vader. Ze rijden de Eempolder in, vanuit Soest door Baarn. Ze rijden over de Eem, die is pikzwart en vanaf km’s afstand al te ruiken. Hij groeit op en roeit met zijn vrienden over de nog steeds pikzwarte en stinkende Eem. “Op een gegeven moment begon ik mij betrokken te voelen bij water, bij de natuur … Er gingen veel roofvogels dood door bestrijdingsmiddelen, aalscholvers waren bijna uitgestorven. Dat heeft geresulteerd in een studie biologie aan de UU. Bij Rijkswaterstaat kreeg ik de kans om iets te doen aan het schoonmaken van die rivieren, en wat hebben we veel bereikt.”

Status biodiversiteit

Om te duiden hoe het vandaag de dag gesteld is met onze biodiversiteit – spoileralert: het is slecht gesteld – refereert Kees aan de Review on the Economics of Biodiversity. Deze is nog niet zo lang geleden gepubliceerd, in opdracht van de Engelse regering. Kees: “We denken dan natuurlijk aan de natuur om ons heen, maar denk ook aan de functies die de biodiversiteit vervult.” Hij noemt de koraalriffen als kraamkamers van de oceanen, maar ook de insectenpopulaties die zo essentieel zijn voor de bestuiving van onze gewassen. Wat als we die kwijtraken? De ontbossing zorgt naast een verslechterde biodiversiteit ook voor erosie en een grotere gevoeligheid voor extreem weer en dan zijn er nog de grote problemen met water. 

Zet je schrap: “De OESO [Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling] vat het samen als te veel, te weinig of te smerig water. Te veel zien we met de overstromingen. Berucht zijn Kopenhagen, New Orleans en Sandy in New York. Te weinig hebben we ook meegemaakt. Bij de laatste WK stond São Paulo bijna droog. Melbourne heeft nagenoeg drooggestaan en vorig jaar was het kritisch in Kaapstad.” En om het rijtje af te maken vertelt Kees dat een groot deel van ons afvalwater – en dat wordt alleen maar meer naarmate de bevolking toeneemt – niet of nauwelijks wordt gezuiverd. Daarom wordt er gezegd dat er binnenkort meer plastic in de oceanen zwemt dan vissen. Zijn conclusie: “Het is echt heel omvangrijk”, lijkt daarmee een understatement.  

Steden waterwijs

Kees houdt zich bij KWR bezig met het vraagstuk hoe je steden waterwijs maakt. En dat is slim, want vooralsnog zijn veel steden waterdom. “Als we niet ingrijpen en echt iets doen aan veel dingen die we allang weten, de veestapel, de vleesconsumptie, de CO2-reductie, de bodemuitputting, de grondwaterspiegels, de watervervuiling en overbevissing, dan wordt het onleefbaar. Dat gaat veel sneller dan iedereen denkt. Van de koraalriffen is de helft al dood. De verwachting is dat over 20 jaar al het koraal verdwenen is en dan hebben we het over één miljard mensen die geen eiwitten meer binnenkrijgen, omdat de vis die ze eten dan is verdwenen” Slecht watermanagement is enorm bedreigend voor veel steden. Maar er is ook hoop. 

Waterwijs Amsterdam

Onze onderzoeker neemt ons mee in de waterhistorie van Amsterdam, een geschiedenis van rampspoed naar rampspoed, maar uiteindelijk werd de stad waterwijs. “We hebben daar cholera gehad, difterie, mazelen, pokken, hoge kindersterfte … Toen het probleem van slecht drinkwater opgelost was, kwam het probleem van afvalwater, gevolgd door het probleem van te veel water – denk aan 1953 – en het probleem van huishoudelijk afval dat in de grachten werd gedumpt. Nu is Amsterdam bezig met de terugwinning van energie en grondstoffen uit afvalwater. Circulariteit, maar ook biodiversiteit staan inmiddels op de agenda van de stad.” En als je alles op orde hebt: je drinkwater, je afvalwater, je oppervlaktewaterkwaliteit, je infrastructuur, je circulariteit en je biodiversiteit, zijn de bewoners van de stad blij en ben je volgens prof. dr. Van Leeuwen waterwijs. Wat deze studie aantoont is dat je in slechts een paar decennia enorme stappen kunt maken. 

Koppelen is kassa

En na al zijn onderzoeken weet Kees ook hoe iedere stad waterwijs kan worden. “Het is verstandig om na te denken over waar je staat, wat de verschillende uitdagingen in de stad zijn, en op basis daarvan een brede uitvoeringsagenda te maken waarin de oplossingen worden gekoppeld. Want koppelen is kassa!” Het gaat dus om meer dan water alleen. De koppelbenadering van Kees is sneller, goedkoper en verstandiger dan de quick-fix-oplossingen van veel politici. Want vaak beland je dan alweer snel in een volgend probleem. “Een goede en brede diagnose verschaft een beter en breder handelingsperspectief.” 

Koppelen dus, maar wie dan aan wat? Wat volgt is een lange lijst van deelnemers die in teams de uitdagingen samen te lijf moeten gaan. Denk aan: ontwerpers van steden, van gebouwen, architecten, stedenbouwkundigen, watertechnologen, biologen, ecologen, vervoersdeskundigen, IT-experts. Makkelijker gezegd dan gedaan, absoluut, maar er zijn al mooie voorbeelden waarbij wensenlijstjes samengevoegd worden tot een meeromvattend plan. “Het bespaart kosten, overlast, en verhoogt de burgerbetrokkenheid én veiligheid.” 

Schade en schande

Een cynische conclusie van zijn werk is dat alle proactieve steden wijs zijn geworden door schade en schande. “Ik geef het voorbeeld Kopenhagen, dat hoor je op elke conferentie. Want ze hebben nu een goed klimaatadaptatieplan gemaakt. Maar waarom? Omdat zij in 2011 maar liefst 1 miljard euro aan schade hadden door een heftige regenbui. Wij in Nederland roeptoeteren van de toren af, maar waarom? Omdat er in 1953 bijna 2000 mensen zijn verdronken met de Watersnoodramp. New York. Waarom? New York heeft Sandy meegemaakt. Dus moeten we ervoor zorgen dat andere steden die schade en schande niet meemaken en kunnen leren van onze bestuurlijke aanpak en onze  technologieën.” 

Diagnose

Koppelen is de oplossing en dat begint dus met het stellen van een juiste diagnose. En die diagnose kun je stellen met de City Blueprint, ontwikkeld bij KWR. Tot stand gekomen na langdurig en uitgebreid onderzoek. “Ik pleit ervoor dat we dat op het gebied van water veel meer doen. Eerst een goede diagnose en dan pas een behandelplan. Dat is de kern van ons verhaal en van ons onderzoek.” 

Met de City Blueprint zijn er wereldwijd al 125 steden in meer dan 50 landen beoordeeld. En met masterstudent Chloe Grison werkt hij momenteel aan een fantastisch schattingsmodel, waarbij je steden op basis van een aantal indicatoren kunt beoordelen op hun watermanagement. Enthousiast vertelt Kees hoe verbazingwekkend goed dit schattingsmodel werkt. 

Dokter overheid

Oké, diagnose en koppelen dus. Nu speelt vooral KWR voor dokter, maar waar blijft de overheid, vraagt Kees zich af. “Ik vind dat de Nederlandse overheid onze methodologie veel breder moet inzetten, dat kost peanuts, gelet op de ruim 22.000 miljard dollar die tot 2050 aan water moet worden besteed, volgens de OESO. En ik verwacht eenzelfde inzet van onze deltacommissaris, de ministeries in Nederland, de Europese Unie en UNESCO.” UNESCO, voegt hij nog toe, is al goed bezig. 

Groene weide

“Ik ben een onderzoeker en ongelooflijk ongeduldig. Ik zie problemen harder op ons afkomen dan dat we ze oplossen. Iedereen denkt dat we heel veel tijd hebben, maar ik niet.  Over minder dan 10 jaar moeten we voldoen aan Parijs en over 20 jaar zijn alle koralen verbleekt. Ook raken de grondwatervoorraden uitgeput en dan begint de honger.” Vooral over Afrika maakt hij zich zorgen en wel omdat Afrika gaat groeien van 1,3 miljard nu naar 4,3 miljard aan het einde van deze eeuw. “Als er maar één groene weide is [Europa] en mensen honger hebben, dan begrijp je wel waar de honger-migratie toe gaat leiden.”

 

Afgelopen week is het onderzoek 'Retrospective Analysis of Water Management in Amsterdam, The Netherlands' gepubliceerd. Het artikel presenteert het onderzoek van Kees en zijn collega's naar het waterwijs worden van Amsterdam en de lessen die we hieruit kunnen leren. Een goede illustratie van door schade en schande waterwijs. Benieuwd? Het artikel is vrij toegankelijk via: https://www.mdpi.com/2073-4441/13/8/1099.