Diversiteit terugbrengen in de binnenstad

BLOG
Duurzaamheid
Innovatie
Ruimtelijke ontwikkeling
Bart van Rijkom
Adviseur ruimtelijke economie bij Bureau BUITEN
10 november 2021

Steeds meer winkels in de binnensteden komen leeg te staan, en de winkelsluitingen tijdens de lockdowns hebben die trend alleen maar versneld. Volgens adviseur Bart van Rijkom moeten gemeenten snel aan de slag met vitale toekomstbestendige binnensteden die ruimte bieden aan ontmoeting, interactie en beleving.

“Nederlandse binnensteden dreigen in rap tempo een soort gatenkaas te worden, en dat is zorgwekkend. Verloedering ligt op de loer.” Aan het woord is Bart van Rijkom, die maar meteen met de deur in huis valt. Als adviseur ruimtelijke economie bij Bureau BUITEN leerde hij de afgelopen jaren de verschillende uitdagingen van een reeks Nederlandse gemeenten kennen - waaronder de groeiende leegstand van winkelpanden in stadscentra. Geen gering probleem, stelt hij: “Binnensteden zijn de visitekaartjes van de bredere stad, heel belangrijk voor het vestigingsklimaat voor bedrijven én inwoners. Het is cruciaal dat ze economisch vitaal blijven.” 

Corona

Dat steeds meer winkelpanden leeg komen te staan is weliswaar geen nieuw verschijnsel, maar de coronapandemie heeft de trend versneld, vertelt Bart. “E-commerce heeft de slag om de consument inmiddels definitief gewonnen. Veel van de huidige winkelpanden moeten dus een andere bestemming krijgen, en wel snel. Dat besef lijkt nog niet overal doorgedrongen.” Zijn waarschuwing wordt onder meer onderstreept door een recente prognose van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL): tussen 2025 en 2030 zal ongeveer 40% van de retail uit binnensteden verdwijnen.

Transformatie

Als voorbeeld noemt Bart de Steenweg in hartje Utrecht, waar hij onlangs in de straat al veertien leegstaande winkelpanden telde. “En elders in Nederland is de situatie vergelijkbaar. Niet alleen in de grote steden, maar ook in kleinere en middelgrote steden van zo’n 30.000 tot 100.000 inwoners. Transformatie van leegstaand retailvastgoed naar andere functies ligt op deze plekken voor de hand. Anders dreigt uiteindelijk verpaupering.”

Diversiteit terugbrengen

Ondanks deze onheilspellende woorden ziet optimist Bart vooral ook kansen. In zijn visie ligt de waarde van binnensteden in hun functie als inspirerende plekken voor beleving, interactie en ontmoeting. “Vanaf de jaren 80 zijn minder kapitaalkrachtige functies geleidelijk uit de centra verdreven door de stijgende huren. Voornamelijk retail, horeca en wonen bleven over. We hebben nu de kans om  diversiteit  terug te brengen, met een goede mix van economische en maatschappelijke functies met als doel binnensteden vitaal te houden. Retail, horeca, wonen, maar ook kleinschalige bedrijvigheid, flexwerkplekken, de creatieve en culturele sector en maatschappelijke functies als een fysio- of ergotherapeut.”


Niet alleen wonen

Het gevaar is dat openvallende plekken nu alleen worden opgevuld met woningen, zegt Bart. “Wonen is een belangrijke financiële drager voor transformatie, dus dat is het gemakkelijkst, ook voor vastgoedeigenaren. Bovendien noopt de woningnood tot binnenstedelijk bouwen – wonen in de binnenstad is dus een logische route. Toch zou het jammer zijn als de binnenstad van de toekomst vooral een woonomgeving wordt. Beleving en ontmoeting zijn belangrijk voor een vitale binnenstad, en dat vraagt om meer functies dan wonen alleen.”

Gemeenten moeten in Barts ogen de rug recht houden voor de toekomstige aantrekkelijkheid van hun stad. “Een praktische oplossing kan zijn om de plint een belevingsfunctie te geven, bijvoorbeeld een startupbedrijf, flexwerkplek, cultuurcafé, kappersschool of fysiotherapeut, en in de verdiepingen erboven een mix te maken van kantoren en wonen als financiële dragers. Dat kan een goed compromis zijn.”

Sturingsmiddelen

Gemeenten kunnen onder meer planologische en stedenbouwkundige instrumenten inzetten om de inrichting van de binnensteden te sturen, legt Bart uit. “Via bestemmingsplannen en het eisen stellen aan plannen in de planontwikkelingsfase. Ook financieel, via de eigen begrotingen en door middel van subsidiëren van gewenste ontwikkelingen.” Bovendien is het belangrijk om de stakeholders goed te informeren en op de juiste momenten te betrekken bij plannen. Denk daarbij aan winkeliers, horecaondernemers, vastgoedeigenaren en natuurlijk de bewoners van het gebied.”

Werk aan de winkel

Dat steeds meer steden al met dit onderwerp bezig zijn, merkt Bart in de praktijk. Hij werkt nu onder meer aan een economisch vitaliteitsplan voor de Zuid-Limburgse gemeenten en aan een project voor een vitaal centrum van Willemstad. “De komende tijd gaan we met de stakeholders aan de slag om de plannen verder in te vullen. Ook elders is er veel werk aan de winkel, maar die urgentie lijkt nog niet overal gevoeld te worden.”


DNA van de stad

Voorop staat dat elke stad anders is, en dat elke oplossing dus ook maatwerk is. “Het gaat om oplossingen die passen bij het specifieke DNA van de stad. Het karakter, de historie, het type bewoner en bezoeker en het type bedrijvigheid. Het is niet: one size fits all. Daarom werken wij ook sterk datagedreven. Mijn belangrijkste boodschap is om niet langer te wachten. Dit is het moment om vanuit dat DNA de eigen binnenstad te gaan versterken.”