Co-woningen en wijkopbouwwerkers: de trend

Duurzaamheid
Innovatie
Peter Camp
Auteur van Wonen in de 21e eeuw
15 februari 2022

Familyhouses, stadsveteranen, spirituele woongroep of burennetwerk. Welke woonvorm past bij jou? Burennetwerken – ook wel nabuurschap – zijn kansrijk, maar nog behoorlijk onderbelicht. Gek, want zo’n netwerk is goedkoop, makkelijk te realiseren en de subsidies liggen voor het oprapen. In gesprek met Peter Camp, auteur van Wonen in de 21e eeuw, over vernieuwende woonvormen. 

“Ik was al jong zelf aan het bouwen, ondergrondse en bovengrondse hutten”, vertelt Peter met een glimlach op zijn gezicht. Peter is een socioloog met een fascinatie voor wonen. Hij is nog maar net met pensioen als hij start met het schrijven van zijn laatste boek: Wonen in de 21e eeuw. Een boek waarin nieuwe woonvormen worden beschreven die verbinding bewerkstelligen. Zo komt zijn professie samen met zijn passie.

Experimenteren

Hij blikt terug op de jaren 60, waarin collectief wonen opkwam met bijbehorende experimenten. “Dan nam je een drugsgebruiker die moeilijk zat voor een maand in huis. Toen waren de mensen heel ideologisch, zonder methodiek, daar moest je gewoon achter komen door samen dingen te doen.” Dit doet denken aan de mensen die vandaag de dag hun huis openstellen voor asielzoekers. Ook nu zijn er weer pioniers opgestaan die experimenteren met mogelijke woonvormen. “Het heeft alles te maken met de wooncarrière die je aflegt, op welke manier wil je wonen?” 
1815-4-210909-Render_03beeld H2A Studio.

Wooncarrière

Ons woningaanbod van met name eengezinswoningen is niet afgestemd op de woonbehoeften van vandaag. Er is namelijk een enorme vraag naar eenpersoonshuishoudens. Volgens Peter is er inmiddels wel een kanteling gaande. “Het thema wonen is een tijdje uit geweest, maar nu is er weer meer belangstelling voor.” 

Opvallend is de aandacht voor collectief wonen, maar we staan pas aan het begin van deze kanteling. Peter: “Een groot deel van de 250 voorbeelden [van woonvormen] in mijn boek zijn van mensen [particulieren].” In Amsterdam en Almere wordt er naar verhouding veel collectief gebouwd en de betreffende opleidingen hebben er inmiddels minors voor ontworpen. En dat is mooi, want mensen pakken meer en meer de leiding over hun eigen wooncarrière. 

Inzoomend op de verschillende woonvormen, maakt Peter onderscheid tussen de volgende vier:

  1. Burennetwerken. Met de buren, met de mensen bij jou in de straat dingen organiseren. Dat zorgt voor een hogere woonkwaliteit en is een lichte vorm van gemeenschappelijkheid. Het staat wellicht beter bekend als nabuurschap. Peter: “Ik heb hier ook een burennetwerk opgezet. We eten veel met elkaar, kijken samen naar films, we wandelen, fietsen, we organiseren trainingen, iemand heeft een AED-netwerk opgezet. We houden dialoogtafels en zijn bezig met het opzetten van een buurtpaviljoen. Je deelt lief en leed en er zijn vriendschappen uit ontstaan.” Dit lijkt een prima manier om de groeiende eenzaamheid onder Nederlanders tegen te gaan. 
  2. Bouwgroepen. Je kunt particulier bouwen, maar je kunt dit ook collectief oppakken. Dat vormt dan de letters CPO [collectief particulier opdrachtgeverschap]. Bouwgroepen bouwen samen hun eigen buurt of straat. 
  3. Woongemeenschappen. Gemeenschappen gaan iets verder dan collectief bouwen. Er zitten dan ook nog doelen aan verbonden, denk aan een eco-dorp. Cohousing lijkt hierop. Samen bouwen met gemeenschappelijke voorzieningen. “De eigen woning heeft alle faciliteiten, maar er is een gemeenschappelijke keuken, ontmoetingsplek of tuin.” Veel woongemeenschappen zijn ook extern gericht en vervullen een mooie rol in de buurt. 
  4. Zorgcollectieven. Een woonvorm die wonen en zorg combineert. “De zorgcomponent overheerst, daar huur je professionals voor in.” Een huis met zorgbehoevende mensen in de vorm van een studentenhuis, Stadsveteranen of Knarrenhof (ook illustratief voor samen bouwen) zijn daar voorbeelden van. 

Veel woonvormen lopen in elkaar over, vertelt Peter. Cohousing gaat prima samen met burennetwerken … hoe meer mensen, hoe meer vreugde. 

Cohousing Arnhem

Zelf kan Peter op dit moment al zijn eieren kwijt in Cohousing Arnhem, zijn – nog te bouwen – volgende woonbestemming. “Een vorm van bijzondere architectuur, gemeenschapsvorming en organisatieontwikkeling – daar heb ik ooit les over gegeven – het maakt deel uit van een creatieve buurt, die gebiedsontwikkeling vind ik interessant.” Maar zo’n mooi project krijg je natuurlijk niet in je schoot geworpen, daar moet je moeite voor doen, heel veel moeite.

Meergeneratie-woning

Via een wedstrijd voor het beste idee is door de gemeente deze CPO-locatie aan Peter en zijn ‘cohousers’ gegund. Wat begon met zes huishoudens en een ideaal wordt in 2023 realiteit voor 34 huishoudens. Hoe gaat zoiets in zijn werk? “Met zes huishoudens hebben we dit project in de steigers gezet, via-via en na een presentatie in het CPO-café van gemeente Arnhem is dit gegroeid tot 18 huishoudens.” Peter noemt dit de eerste lichting. De tweede lichting volgt na publiciteit en plaatsing op Funda. De teller staat nu op 24 huishoudens. Er is nog ruimte voor tien huishoudens in de leeftijd van 20-60 jaar. Er mag geen leeftijdsgroep overheersen, het gaat hier tenslotte om een meergeneratie-woning. 

Maar ja, die jonge mensen, hoe trek je die aan en waar halen zij de financiële middelen vandaan? “Jonge mensen die niet kunnen kopen, gescheiden mensen met financiële verplichtingen of zzp’ers, daarvoor richten we nu een klein fonds op.” Wauw, dat is nog eens samen wonen. 

Hogere sociale wiskunde

Woongemeenschappen vormen is volgens Peter hogere sociale wiskunde. Probeer elkaar maar eens te vinden. “Bij ons gaat dat vrij soepel, maar we praten ook niet met 30 man over hoe we willen wonen.” Peter en zijn woninggenoten splitsen zich vaak op in kleine (werk)groepjes die in huiskamers bij elkaar komen. Hij vindt het ontzettend leuk om dit proces mee te maken om te kijken waar ieders belangstelling ligt.

Kunst voor verbinding

Nog iets heel speciaals aan dit project is dat de beoogde verbinding ook door kunst tot stand wordt gebracht. “Stel je voor: een kunstwerk in het park geeft licht als je erbij gaat staan, hoe meer mensen hoe meer licht. Daar wil je bij zijn.” En als je daar dan toch staat, kun je er net zo goed een kopje koffie bij pakken.” Peter kwam deze technologie tegen tijdens een conferentie van TU Eindhoven. En deze technologie wordt nu in samenwerking met de TU en de HAN een living lab in Arnhem. “Daar is ook weer subsidie voor. De buurt wordt een hele interessante plek.” 

Pragmatisch handelen

Samen bouwen is nog best ingewikkeld. “Je hebt goede begeleiding nodig en je hebt locaties nodig, maar die zijn er niet. Je bent volledig afhankelijk van gemeenten en ontwikkelaars. Je hebt mensen nodig die in de geest van de regels pragmatisch willen handelen.” Dat klinkt als een speld in de bekende hooiberg. “Het momentum is nu dat veel gemeenten in de gaten krijgen dat ze nieuwe woonvormen moeten opnemen.” En met het oog op de aankomende verkiezingen is het goed om voor de gemotiveerde ambtenaren en wethouders te kiezen. 

Buurthuis

Als dat hele cohousing er niet tussendoor was gekomen, had Peter met zijn huidige burengemeenschap waarschijnlijk een huis gekocht om daar gezamenlijk een buurthuis in te runnen. Misschien een leuke tip voor bij jou in de buurt. Nog zo’n fijne tip voor iedereen die op zoek is naar collectiviteit en met een netwerk in een appartementencomplex: “Je woont met meer dan de helft 55-plussers in een complex van 15 tot 30 appartementen, je wilt de hal verbouwen tot een ontmoetingsruimte, dan kun je daar max 150.000,- euro subsidie voor aanvragen.” 

Placemakers

“Vroeger – ik ben eigenlijk niet zo van vroeger – waren er de jongerenwerkers, de kinderwerkers, de wijkopbouwwerkers en de regionale en provinciale opbouwwerkers. Welzijnswerkers om de leefbaarheid van buurten te vergroten. Die moeten weer terugkomen.” Het is een goede zaak dat moderne projectontwikkelaars placemakers inzetten om te ontdekken wat échte mensen verlangen van hun buurt of woning. Je bouwt tenslotte voor iemand! 
Benieuwd naar alle ins & outs van woonvormen in de 21e eeuw? Lees dan het boek van Peter.