Binnenstedelijk bouwen moet. En het kan.

BLOG
Ruimtelijke ontwikkeling
Carolien Schippers
Directeur Grond en Ontwikkeling bij de gemeente Amsterdam
05 oktober 2021

Er wordt te veel nadruk gelegd op bouwen in het buitengebied, vindt Carolien Schippers, directeur Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam. Zij breekt een lans voor bouwen in de stad. “We kunnen het, in behoorlijk hoog tempo en met heel hoge kwaliteit.”

Wie de afgelopen maanden het nieuws volgde, kon geregeld een pleidooi aantreffen voor nieuwbouw in het buitengebied. Dat zou dé oplossing zijn voor de huidige woningnood. Niet in de ogen van Carolien Schippers, directeur Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam. “De huidige woningnood valt niet alleen op te lossen met nieuwbouw in het buitengebied, er moet ook in de stad worden gebouwd. We moeten bestaande binnenstedelijke gebieden transformeren.”

Ontmoeting

Een van de redenen om juist binnenstedelijk te bouwen is de blijvende trek naar de stad, stelt Carolien. “Er is heel veel vraag naar wonen in de stad. In Amsterdam en de Randstad, maar ook op veel andere plekken in Nederland. Daar zijn werk, voorzieningen, mogelijkheden voor ontmoeting. Dat is wat veel mensen zoeken.”

Een andere reden om in te zetten op bouwen in de stad is onderbenutting. “In een vorige functie, bij de Rijksgebouwendienst, was ik betrokken bij de herontwikkeling van het voormalige kazerneterrein in Breda, dat vrijkwam. In Utrecht gebeurt dat nu met het oude spoorwegemplacement in de Cruquiusdriehoek. Zulke gebieden moeten we transformeren naar plekken die intensief worden benut voor wonen, werken en ontspannen. Als je dat niet zou doen, kun je zelfs verloedering krijgen in bestaand stedelijk gebied.”

OurDomain 2004


Buurtgevoel

In Amsterdam Zuidoost was bedrijventerrein Amstel III, ten zuiden van de Johan Cruijff Arena, een vergelijkbare plek. Door de kredietcrisis stond hier jarenlang ongeveer 30 procent van de kantoren leeg. Voor de gemeente aanleiding om het gebied te herontwikkelen tot een woon-werkwijk met ongeveer 10.000 woningen (2027). 

OurDomain was een van de eerste gerealiseerde projecten binnen Amstel III, vertelt de directeur Grond en Ontwikkeling: drie grote woongebouwen met meer dan 1500 appartementen, gericht op studenten en jongeren. “Dat is een heel interessant voorbeeld. Bij alle projecten is ons doel: de complete stad. Daarom zit er bij OurDomain een bibliotheek bij, een bioscoop, scholen, kinderdagverblijf, in de toekomst ook een park. Hier zie je echt een buurtgevoel ontstaan. De appartementen zaten in no time vol. En diezelfde ontwikkeling zie je nu op andere plekken zoals in de ringzone van Nieuw-West en in de Buiksloterham in Noord”.

Openbare ruimte

De huidige mobiliteitstrends in de stad, zoals autoluwe binnensteden en de versterking van fiets en openbaar vervoer, geven deze ontwikkelingen een extra impuls. “Heel veel parkeerruimte voor auto’s komt hierdoor vrij als openbare ruimte. De kwaliteit van die buitenruimte is ontzettend belangrijk om als stad aantrekkelijk te zijn.”

Plaatsvervangend trots

Volgens Carolien leeft bij sommige mensen nog het idee dat bouwen in de stad te moeilijk is. “Het is wel wat ingewikkelder dan bouwen in het weiland, dat klopt. Het is vaak een hele puzzel om alle voorzieningen in te passen. En het is de afgelopen vijftien jaar ook ingewikkelder geworden door de energietransitie en milieu- en geluidsnormen. Maar de ontwikkelaars, corporaties, beleggers en bouwers hebben in relatief korte tijd geleerd hoe ze het kunnen aanpakken. Dit is bijna een nieuw vak. Ik ben plaatsvervangend trots dat het ondanks die complexiteit is gelukt.”

Hetzelfde geldt voor het bouwtempo. “Natuurlijk gaat het nooit snel genoeg,” stelt Carolien. “Maar we hebben een behoorlijk hoog tempo, en met een heel hoge kwaliteit. De afgelopen jaren zijn in Amsterdam jaarlijks 7.300 woningen gerealiseerd, en in 2020 ondanks corona 6000. Het huidige college-akkoord voorziet in 7.500 woningen per jaar. We hebben 160 projecten lopen. Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, maar het kan. We staan er klaar voor.”

1

Geen verdienmodel

Als het gaat om de kosten van binnenstedelijk bouwen, vindt Carolien dat er vaak met een te beperkte blik naar de financiën wordt gekeken. “In het weiland wordt, om het wat kort door de bocht te zeggen, vaak alleen gewoond. Maar de bewoners van die wijken maken ook gebruik van de voorzieningen in de stad. Bovendien, bij de Vinex-wijken moesten destijds op kosten van het Rijk de snelwegen worden verbreed. Dat soort kosten moet je ook meenemen in je overwegingen. Bouwen in de stad lijkt duurder, maar mijn stelling is dat het uiteindelijk qua kosten helemaal niet zoveel uitmaakt. Als je kosten en opbrengsten maar compleet in beeld brengt.”

En we moeten anders naar de inrichting van ons land kijken dan nu vaak gebeurt, daar is ze van overtuigd. Met een bredere blik, gericht op de langere termijn: “Ruimtelijke ordening moet geen verdienmodel zijn. We zouden op landelijk niveau moeten bepalen wat de beste plekken zijn om te bouwen én hoe we dat met elkaar gaan financieren. Als Amsterdam bijvoorbeeld een echte schaalsprong binnenstedelijk maken, dan moet daar ook geld bij voor grootschalige infrastructuur zoals metrolijnen of bruggen over het IJ, net als bij de verbreding van een rijksweg.”