Anders samenwerken voor circulariteit

BLOG
Projectmanagement
Duurzaamheid
Beleid & advies
Ruimtelijke ontwikkeling
Pedro Mol
Adviseur ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid bij Sweco
21 juni 2021
Om de openbare ruimte circulair in te richten moet er op een nieuwe manier worden samengewerkt tussen private en publieke partijen, stelt Pedro Mol van Sweco. Hoe moet die samenwerking er dan uitzien? “Vertrouwen is de olifant in de kamer.”

Voor Pedro Mol is de openbare ruimte sinds afgelopen jaar privé belangrijker dan ooit. De sportieve Rotterdammer, sinds anderhalf jaar werkzaam bij Sweco als adviseur ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid, verruilde noodgedwongen tennisbaan en fitnesshonk voor de oevers van de Maas voor zijn dagelijkse hardlooprondjes en workouts. “Terwijl ik op mijn handdoekje mijn oefeningen deed, zag ik al mijn stadgenoten voorbijkomen, met hun hond, op de fiets of op hun skateboard. Ik merkte meer dan ooit dat het de publieke ruimte is die een stad bruisend maakt. Het motiveert me extra om die ruimte nog mooier en meer circulair in te richten.”

Onder water

Affiniteit met duurzaamheid ontstond bij Pedro in zijn studietijd. Eerst in Vlissingen, de stad waarin hij opgroeide en zijn bachelor Delta Management haalde. Een studie die hem met de neus op de feiten drukte: als we niet ingrijpen, komt een groot deel van Nederland binnen afzienbare tijd onder water te staan. “En dat lot dreigt voor heel veel plekken op de wereld, bijvoorbeeld grote steden als Jakarta en New Orleans. Het heeft me redelijk bang voor de toekomst gemaakt.”

Circulariteit in de openbare ruimte

Voor zijn master planologie vertrok Pedro naar Nijmegen. In zijn eindthesis concentreerde hij zich op de vraag hoe we de principes van de circulaire economie kunnen toepassen in de stedelijke omgeving. “Iedereen beseft dat we afscheid moeten nemen van de lineaire economie, anders wordt de aarde op den duur onleefbaar. Maar hoe gaan we die verandering realiseren? Toegespitst op de stedelijke omgeving: wat is er nodig om de inrichting en het beheer van de openbare ruimte circulair te maken?”

Samenwerkingsmodel

Het antwoord op die vraag zocht Pedro niet zozeer in nieuwe technieken of de inventieve inzet van reststromen, maar in een verandering van de procesaanpak. “De vorm van de samenwerking tussen publieke en private partijen in project, daar draait het om. Er is een samenwerkingsmodel nodig dat circulariteit stimuleert. Dat is er nog niet.”

Schotten ertussenuit

Hoe ziet dat er dan uit, zo’n circulair samenwerkingsmodel? In Pedro’s visie wijkt dit model in vijf opzichten af van de traditionele situatie. Ten eerste: alle betrokken partijen zitten vanaf het begin met elkaar aan tafel. Dus niet alleen de gemeentelijke afdeling Realisatie, maar ook Beheer en Onderhoud en Ruimtelijke Ontwikkeling. Van de private kant schuiven ontwikkelaar, ontwerper, aannemer en bijvoorbeeld een institutionele belegger meteen aan. Pedro: “Het proces is nu te gefragmenteerd, er is weinig kennisuitwisseling tussen deze schotten. Die schotten moeten ertussenuit. Door iedereen vanaf het begin te betrekken, verschuift het blikveld van de korte naar de langere termijn en krijgt circulariteit kansen.”

Levensfases

Een tweede vereiste is dat alle fases van de materialen, inclusief het einde van de levensduur, bij de start van het project worden meegenomen. “Een ontwerper wordt daardoor gestimuleerd om een modulair ontwerp te maken, om na te denken over de demontagefase. Het kostenplaatje gaat er door die lange-termijnblik ook anders uitzien. Een in aanschaf duurder materiaal kan er financieel gunstiger uitkomen als je er rekening mee houdt dat het kan worden hergebruikt in een ander project.”

Faalkansen accepteren

De inzet van circulaire materialen en het werken met langere termijnen brengt natuurlijk wel meer risico’s en onzekerheden met zich mee, dat beseft Pedro ook. Veel circulaire materialen zijn immers nog niet of niet volledig getest. Hoe daarmee om te gaan? Het belangrijkste is om deze risico’s duidelijk op tafel te leggen en faalkansen te accepteren, zegt hij. Vervolgens moeten de partijen afspreken wie waarvoor verantwoordelijk is. “Dat gebeurt nog onvoldoende, dat moet erkend worden en bespreekbaar gemaakt.”

Vertrouwen

Het vierde punt ziet Pedro als het meest spannende onderdeel van het circulaire samenwerkingsmodel: vertrouwen. “Vertrouwen is de basis van samenwerken. Maar er wordt meestal niet over nagedacht en niet over gesproken. Het is de olifant in de kamer. Terwijl vertrouwen voor een circulair project essentieel is - er zijn tenslotte meer onzekerheden dan in de traditionele benadering. Circulariteit vereist dus echt een andere mind-set.”

Contractvormen

Om al deze aspecten van de circulaire samenwerking te borgen zijn ook andere contractvormen en aanbestedingsprocedures nodig. Partijen moeten samen bespreken welke contractvorm voor hun project het beste is, vertelt Pedro. Een van de opties is het product-as-service-contract. “Denk aan Philips die de klant verlichting levert in plaats van lichtbronnen. Dit kan ook in de openbare ruimte.  Deze constructie kan bijvoorbeeld worden toegepast bij een nieuw stadspark, waarbij de gemeente elementen van het park leaset van de aannemer. Dit geeft de aannemer meer verantwoordelijkheid, maar ook meer business.”

Programma van Ambities

In een conventionele procedure wordt gewerkt vanuit een programma van eisen (PvE) naar ontwerp, aanbesteding en realisatie, legt Pedro uit. “Bij een circulaire aanbesteding die past binnen de huidige aanbestedingswet, begint het met het formuleren van ambities, bijvoorbeeld om 80% circulariteit te realiseren. Uit de inschrijvers wordt vervolgens geselecteerd op basis van ambities, ervaring en intrinsieke motivatie, nog voordat er een ontwerp en een prijs is. Om risico’s af te dekken is er wel altijd sprake van een reservepartij, voor het geval het ontwerp uiteindelijk niet voldoet.” Dit is volgens Pedro slechts één voorbeeld van een circulaire samenwerking, er zullen de komende periode nog vele volgen.

Voorbeelden

Veelbelovende voorbeelden van circulaire samenwerking zag Pedro onder meer in de realisatie van de Malderburchtstraat in Nijmegen en de aanbesteding van twee paviljoenen op de WaterCampus Leeuwarden. Vanuit Sweco geven hij en zijn collega’s ook workshops om gemeenten in een vroeg stadium te laten nadenken over circulariteit binnen hun gebiedsontwikkelingen. Maar zo’n circulair samenwerkingsmodel is nog lang geen gemeengoed, merkt hij. “De praktijk is weerbarstig. Al verwacht ik dat circulariteit vanzelf belangrijker gaat worden als in 2023 alle uitvragen 100% circulair moeten zijn voor alle overheden.”

Circulaire toekomst

Zijn deze vijf aspecten samen de formule voor het perfecte circulaire samenwerkingsmodel? Vermoedelijk niet, geeft Pedro toe. “Er zijn op dit moment gewoon nog geen best-practice samenwerkingsmodellen voor circulaire projecten. Maar de afgelopen anderhalf jaar heb ik zeker tien tot vijftien workshops over dit onderwerp gegeven aan medewerkers van overheid en bedrijfsleven. Er is grote behoefte aan deze kennis in ons werkveld. Dat geeft me vertrouwen in de toekomst: die is overduidelijk circulair.”