Van bruidsschat naar Omgevingswet

    Stefan Kortekaas
    sr. Hoofdinspecteur / vakspecialist geluid bij Gemeente Utrecht

    Visie is bepalend voor de invulling van de Omgevingswet en de rol van toezicht en handhaving gaat alleen maar belangrijker worden. Gemeente Utrecht is positief gestemd en al vergevorderd in haar voorbereidingen.

    Eerst de omgevingsvisie, dan het omgevingsplan – met daaruit voortvloeiend activiteiten die op voorhand getoetst worden –, vervolgens de omgevingsvergunning en daarna toezicht en handhaving om de cirkel te sluiten. Dat is hoe het nu gaat, een cirkel met de klok mee. En diezelfde cirkel kan met de Omgevingswet ook andersom. Want toezicht en handhaving kan buiten rondlopen, iets opmerken en zaken ter discussie stellen. Want waarom doen we wat we doen en klopt dat nog?

    Cirkel sluiten

    Stefan Kortekaas is senior hoofdinspecteur bij de gemeente Utrecht en daarnaast expert Omgevingswet. Want dat is waar hij zich inmiddels al drie jaar fulltime mee bezighoudt. Dat lijkt misschien niet de meest logische combinatie, maar is het wel. “De Omgevingswet heeft een paar kerninstrumenten waarmee je de wet werkbaar maakt. Toezicht en handhaving is geen kerninstrument, maar is wel dé manier om de cirkel te sluiten en daarmee een integraal onderdeel.”

    Toezichthouders kunnen hele eigenwijze mensen zijn, zegt hij. “Dus het eerste wat een toezichthouder altijd zegt, is: ‘Nee, kan niet.’ Dus al het werk wat je hebt gedaan, heb je voor niets gedaan als je wilt vernieuwen.” Daarom is het ook van belang om de toezichthouder te betrekken in het volledige proces. Zowel bij visie, omgevingsplan als het verlenen van vergunningen. Breng alles met elkaar in verband.

    Toepasbare regels

    Volgens Stefan kan de Omgevingswet eenvoudiger uitwerken als je als gemeente de bal zelf oppakt. Hij neemt het kappen van een boom als voorbeeld. Strikt juridisch praat je dan over het vellen van een houtopstand. Maak je de regel toepasbaar in het digitale loket, dan gaat het over het kappen van een boom. Door de lijst van beschermde en monumentale bomen inzichtelijk te maken, weten mensen direct of ze een vergunning nodig hebben. “Pak zo’n activiteit in de hele keten op, wat is onze visie, wat willen we, wat voor regel willen we daarvoor opstellen, hebben we überhaupt een vergunningsplicht nodig of gaan we dat met een meldingsplicht iets anders doen? Kunnen we, willen we en moeten we handhaven? En dan kan je hem eenvoudig beter maken.”

    Enkele uitgangspunten van de Omgevingswet:

    • Sneller en transparant. Aan de voorkant moet al duidelijk zijn of het initiatief kans van slagen heeft. Op uitzonderingen na moet de aanvraag binnen acht weken afgehandeld zijn.
    • De afwegingsruimte wordt vergroot. Per perceel kunnen er andere normen gelden.

    “Snel en flexibel, dat is niet meer eenduidig”, zegt Stefan. “Daarom moet je accenten leggen op de thema’s of opgaven. Heb ik te maken met 1. Snelheid 2. Publieksdienstverlening [begrijpbare regels] of 3. Afwegingsruimte, maak je iets vergunningsplichtig of niet?”

    Bruidsschat

    Kijkend naar de bestaande wetgeving wordt er veel samengevoegd, en komt er ruimte voor bestuurlijke afweging. Stefan: “Je mag naar boven of beneden met de norm.” Het is aan de gemeenten en waterschappen om de extra afwegingsruimte op te vullen.

    Om die overgang zo vlekkeloos mogelijk te laten verlopen, heeft het Rijk een bruidsschat gegeven. “Dat heeft niets met kamelen te maken”, grapt onze expert. “Vergelijk het met een rivier die je over wilt steken. Aan de ene kant is de oude wetgeving en aan de overkant is de Omgevingswet. De bruidsschat is de steen in het midden voor een soepele overstap.”

    De schat is gevuld met maar liefst 600 regels die Stefan – gelukkig niet alleen – mag duiden. “Het zijn veel regels die samenhangen met activiteiten, zoals laden en lossen. Je moet in gesprek met mensen door de hele organisatie.” Het doel is recht te doen aan de Omgevingswet, het stelsel van opgaven voor de stad en de regels zoveel mogelijk nuttig te maken. “In plaats van alle mogelijkheden juridisch dicht te timmeren, de koppeling maken naar de toepasbare regel.”

    Transitieperiode

    In Utrecht zijn de voorbereidingen al in volle gang, Stefan wil in het aankomende jaar met één been op de middensteen staan en met het andere been al aan de overkant. Een behoorlijke spagaat, waarin gezocht moet worden naar regels en beleid en waarin alles wordt klaargezet om de wet op voorhand al in werking te laten treden. “De transitieperiode houden we aan tot 2026, dan vallen we samen met de collegeperiode. Tijdens deze periode willen we zoveel mogelijk van die bruidsschatregels aanzetten in het definitieve omgevingsplan. En dan hebben we nog het stukje tot 2029, daar doen we dan de thema’s die bij ons minder prioriteit hebben.”

    Er wordt ingezet op een brede strategie, waarbij strijdige thema’s opgesnord worden om die vanuit één oogpunt te bekijken. “Utrecht had de ambitie om snorfietsen op de rijbaan te laten rijden in verband met een duurzame leefomgeving, maar vanuit veiligheid en opgave mobiliteit is het beter om ze op het fietspad te laten. Het is zaak nu al naar boven te krijgen wat voor gaat en waarom.”

    Participatie

    In de nieuwe Omgevingswet is er een grote rol weggelegd voor participatie. Stefan: “Neem een grote ruimtelijke ontwikkeling, een nieuwbouwwijk. Daar is een vergunning voor nodig. De initiatiefnemer wordt in gevallen verplicht een participatietraject op te starten.” Dit traject wordt een integraal onderdeel van de aanvraag en dat zorgt voor een behoorlijke verandering aan de kant van de bouwende partij.

    Juridisch is het niet zo dat als de participatie mislukt, de aanvraag niet meer doorgaat. Maar soms moet iets doorgaan, omdat de ontwikkelingen publieksbelangrijk zijn en dan kan het college of de raad daarover besluiten. Daar volgen natuurlijk bezwaren en beroepen op, waardoor het weer een zorg wordt voor de betrokken overheid. Hoe die samenwerking eruit gaat zien in Utrecht, dat is nog onzeker.

    Tijdwinst

    “De bouwers moeten wel mee.” Dat is een ding dat zeker is. “Waar een aanvraag nu nog over de schutting kan worden gegooid bij de gemeente, is het zaak om zo meteen eerst een intake, een vooroverleg te houden. Je trekt samen op. Aan de voorkant worden duidelijke afspraken gemaakt.” Dat lijkt tijdbesparend, maar volgens Stefan ligt het eraan waar je dat aan afweegt. “Het voortraject kost nu meer tijd, maar in de realisatie kun je winnen.”

    En een tip van Stefan: toezichthouders zijn niet eng. Benader ze ook als je geen gedoe hebt, maar een vraag.

     

    Vraag van Stefan aan Urban-Innovators:

    “De initiatiefnemer wordt met de Omgevingswet centraal gezet. Deze heeft vaak een batterij aan adviseurs. Als bij het vooroverleg blijkt dat iets niet kan, wil de initiatiefnemer dan horen ‘dit is ons beleid’, zodat er ruimte blijft voor de adviseurs, of gaat de voorkeur uit naar een pasklaar antwoord, waarin de gemeente op de stoel van de adviseur gaat zitten?”

    Lees verder

    Bloggers uitgelicht

    Kirsten Bekkers
    Kirsten Bekkers
    Ruimtelijk onderzoeker conceptontwikkeling
    Jan Nathan Rozendaal
    Jan Nathan Rozendaal
    Burgemeester gemeente Elburg
    Astrid Nienhuis
    Astrid Nienhuis
    Burgemeester gemeente Heemstede
    Andy van den Dobbelsteen
    Andy van den Dobbelsteen
    Hoogleraar Climate Design & Sustainability, fac. Bouwkunde TU Delft